Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEESSELAARS.

Dit laatfte geurde omtrent het emdèJer, zestiende Su4 In e£; Oarooi van den . vierden May des iaa s 1*59 ", waar by die van Geervliet vryhe.d krygen om hunne Haven te mogen diepen, word gezegd, dat KSè noch pasfelyke diepte heeft; maar in een O ?rooi, vier jaaren daar na gegeeven aan die van AB«* Li enlVestenryk, en gedagtekend den negen efltwnv tigften July des. jaars 1508, eest men reeds dai die ÈJvkr geheelycken verlandet ende toegegroeyt was,juias dat d'felve geen fcheyfloot tusfehen den lande van Putten entmst^ek In Ichte vlekken Niet tegenftaar, e ■ deeze .Geervlietfche Tol van ouds tot het Graavfchap van Holland behoord hebbe, vindt men egtei eene Sententie van den Grooten Raad van Mechelen, van den elfden October des jaars 1504, waar by dezelve aan de Graavlykheid van Zeeland wordt toegekend. Welhgt is dit de reden, dat de Schepen die in Zeeland: veitold hebben, op deezen.Tol vryheid van lollen be nie en ; daar de vertollingen te Haarlem, Gouda g Corvelem alle Hollandfchen, gedaan, geen Schip-, Ss of Kooplieden van de Geervlietfche ™f <f' be" vrvden- zie P. v. d. Wall, Handv. van Dord. W. 62. .

GEESSELAARS, in het Latyn Flagellantes is de „aam eener Seae van Dweepers^wier oirfprong afe in het jaar 1260 in balie ontftond, en van daar voonï ep ^ meest alle Landen van Europa,, tot een kn4 aadig bewys verftrekt om ons te overtuigen van K mmerlyken ftaat des Godsdienst* m de dertiende eet we , en de dolzinnigheid, die, over't algemeen, de Godsvrugt deezer ongelukkige tyden beheerfchte. Zy die deelen nieuwen tuchtregel volgden, vertoonden het fchriklykst en affchuwelykst fchouw.pel t geen uïtgeiagt kan worden: zy liepen in vermengde hoópeu van beiderlei Sexen, van allerleien rang en ouderdom, door de openbaare plaatzen der volk rvkfte Steden, als mede door de velden en wildernisfen met geesfeltuigen in de hand, teisterden hunne makte lighaamen met de ongelooflykfte geftrengheid vervulden de lucht met hun vervaarlyk.getier, en za len den Hemel aan, met een verbaasd, Kreng en ys Ivkwlld gewigt: en dit alles deeden zy, om-de gena ie vu God voor zich zeiven en anderen te verwet fen door hunne vrywillige doodinp, val1 het vleesc en boetedoening. Zie Fleue/y Hft. EcclefiasuVo ■ xtti- m, 205. Christ. Schoetgenii, HfiomF-age. uSul VqüesBoileau, HifloiredesFlagellans Chaj IX 72 53 Men kan ook een leevendige afbeelding va> d-elê dweepagtige tuchtoeffeninge der Geesfelaare vinden fel Edm. Maitene , in zyne Voyage Lttterati d delx lenedmus, Tom. TLp. tó& jaar mede d Leezer kan vergelyken Muratorii Antiamt. Itah

de Godheid te ver zo „en, kwam volmaakt overéén met de God dienfti^ herinnen, welke in deeze eeuw de overhand hadder en&de geestdryvende Geesfelaars deeden, m t volvo ren van dit buitenfpoorig bedryf, niets meer dan d zv de onderrigdngen der Monniken, en mzonderhe van de P.edelordens, opvolgden. Hiér door verwie ven zy niet alleen de achting en eerbied van 't geme 11 Volk' maar ook van de Overheden en werden v: -dien ontzien, uit hoofde van hunne buitengemeei heiligheid en deugd. Hunne aanhang, behield, e ter die hooge maate van achting niet beftendi.

GEESSELAARS.. 2013

want, fchoon de eeifte Geesfelaars zeer voorb'eefdlyk waren in zeden, vervoegde'er zich-, gelyk't natuu — lyk gaat, met den tyd, liegt volk onder, vervuld met de dwaaste en godlooste gevoelens. Te deezer oir-zaake oirdeelden de-Keizers en Paufen het raadzaam', een einde te maaken aan deeze Godsdienftige krank-' zinnigheid, door alle dusdaanige Geesfeling ftrydig te; keuren met cle Goddelyke wet, ,en .fchaadelyk voorr de eeuwige belangen der Zielen;-.

Daii niet tegenffaande-deeze heifzaame maatregelen,, welke ook geduurende eene reeks van jaaren ter be- teugeling van deeze Dweepers met eenen gewenschten uitflag bekroond wierden, kwamen de Geesfelaars •■ omtrent het midden- der veertiende eeuwe, wanneer/ Duitschland en verfcheidene anderedeelen van Europa, door veelvuldige' onheilen zich gedrukt voelden, op nieuw ten voorfchyn, en veroirzaakte overal rond;, zwervende-, groote-ftoorenisfsn., Deeze nieuwe foei- felaars ,, wier geestdryvery- Menfchfen. van .allerleien rang, fexe en ouderdom, befmette, waren veel fnooder dan de ouden.-. Zy fielden niet alleen,, dat God tot genadebetooning kon bewoogen worden, door da-; zodaanigen, die* vrywillig deeze. ftrafoeffening zich aandeeden? maar beweerden en planten ook andere: Hellingen voort, .die grootlyks tot fmaad van den Godsdienst ftrekten.. Zy hielden, onder anderen din< gen, ftaande; ,, dat de Geesfeling van gelyke kragt

was als de Doop en andere Sacramenten; dat men ■ " daar door van Gon vergiffenis van alle zonden kon '', verwerven, zonder de verdienften van Christus-:

■ " dat de oude Wet van Christus wel haast zou afga-, " febaft en eene nieuwe Wet, den Dcop des B'.oeds " welke door Geesfelflagen moest toegediend worden^, ',' beveelende, in'ftede gefield worden"; zy dreeven verfcheidene andere begrippen van dien zelvden aart. Waar op Clemens de VII, vervloekingen over de Geesfelaars- uitdonderde,' en veelen hunner, op "verfcheidene plaatzen, op bevel der Inquifiteuren verbrand werden. Men vond het, egter, even bezwaarlyk hen uit te roeijen, als het geweest was andere Aanhangen van zwervende Geesdryvers te onderdrukken. Vid. Steph. Baluzii Vitce Pentific. Aveniens. Tom. I. p.160, 316, 310- Êf Miscellaneor. Tom. Lp. 50. Ant.Matth. Analeè. Vet. cevi. Tom. I. p. 50. Tom. III. p. z$r. Tom.

■ IV. p. 145- Hë-rm. Gygts Flores temponim, p.- 139.

De aanhang der Geesfelaars, welke nimmer in 't geheel was uitgedoofd geworden, rrrar als 't waare 1 fmeulende gebleeven , ontftak op nieuw in de vyftien-

1 de eeuwe in volle vlam > en rigtte veele onrust aan in

2 Duitschland, byzonder in Thuringen en Neder-Saxen. '. Doch deeze Geestdryvers verfcbilden aanmerkelyk van

de oude Ketters hier boven befchreeven, en onder - dien zelvden naam, gelyk wy gezien hebben, in de 2 Gefchiedenisfen bekend, die by ganfche hoopen ver• fcheidene Landen, als wilde Menfchen doorliepen. :- De Geesfelaars van dit tydperk, verwierpen met alleen t den Doop en het Avondmaal, maar ook allen opend 'baaren Eerdienst, en fielden hunne eenige hoop van -- Zaligheid in 't Geloof en in 't Geesfelen, waar nevens •- zy eenige zeldzaame Leerftellingen voegden, wegens n den Boozen Geest, en andere ftukkèn, welken wy, in e de gedenk fchriften dier tyden, met geene genoegzaa, me duidelykheid vermeld vinden. Conradus Schmidt •• was, in-Thuringen, het hoofd deezes aanhangs; hy ' T tt 3 werd>

Sluiten