is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j o B. XXIX. 165

10. De ftemme der Vorflen en der aenzienlykfte mannen verftack haer : ende hare tonge kleefde als het ware aen haer gehemelte.

11. De Richters, die op de markt bezig waren, met rechtszaken te beflisfchen , vroegen zelvs fomtijds mijn oordeel, en elk verwonderde zich, met den diepften eerbied, over mijne uitfpraken Als een oore [my] hoorde, fo hieldt fy my geluckfaligh: als [my] een ooge fagh, fo getuygdefe van my. Ik was zoo bemind, dat men my gaern, op de plaets van het Gericht, zag komen , en blijde was , als men my mogt hooren fpreken.

12. (a) Want de gefchil hebbende partyen verkozen my menigwerv tot fcheidsman, en ik veraengenaemde my grootelyks , door de onfchuld te verdeedigen ; ick bevrijdde den elendigen, die riep: ende den weefe, ende die geenen helper en hadde.

13. De fegen des genen, die anders, zonder mijne tusfchenkomst, verloren gingh , quam op my : ik werd van menigen ongelukkigen , die verdrukt werd, dankbaer gezegend; ende het her te der weduwe dede ick vrolick fingen.

14. (b) Ick week nimmer van het recht af, ik bekleedde my als het ware , met gerechtigheyt, dit kleed leide ik nimmer af, uit gunst of uit partijdigheid, ende fy bekleedde my : de gerechtigheid paste my, als een gewoon kleed. Elk kon, in alle mijne uitfpraken en handelingen zien , dat de gerechtigheid my eigen was ; mijn oordeel was als een mantel, ende Vorflelicke hoet. De uitfpraken, welke ik deed, ftrekten my tot eer, en deden my meer geëerbiedigd zijn, dan de prachtigfte opfchik.

15. Den blinden was ick [tot] oogen: den genen, die door onkunde, aen misdagen en het bedrog van anderen, bloot ftonden, diende ik van onderrichting, ende

(a) Pr. 72: 12. Spr. 21: 13. W Jef' 59: 17' EP0* 6: '4> &C

1 Theff. 5: 8.

X. DEEL. L 3