is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J O P. XXX. .169

hunnen ouderdom wezen. Verbeeldt u menfehen , Die door gebreck, ende honger eenfaem waren of zijn, die door gebrek en honger zijn uitgedroogd, vliedende nae dorre plaetfen ; 't donckere , woefte ,

ende verwoeftede, omdat zy zich fchamen, van weg© hunne armoede.

Volgens onze overzetting, daer alle de uitdrukkingen in den voorledenen tijd ftaen, befchrijvt job vs. 3-8. den verachtelyken toeftand, in welke de vaders der jongelingen , die hem thans befpotten, te vooren geleevd hadden. Al zoo voegzaem evenwel fchijnt deze befchrijving van rampen en ellenden toegepast te worden, op het treurig lot, het welk deze fpottende en flechte jongelingen , in hunnen ouderdom te wachten hadden.

4. Die fikige kruyden pluckten by de ftruyeken; ende wekker fpijfe was de wortel derjeneveren.

Welke planten hier bedoeld worden, kunnen wy niet bepalen. Dit algemeene leert het verband duidelyk genoeg, dat 'er van planten gefproken worde, welke In het wilde groeien, en niet, dan in den meest nijpenden nood, gebruikt worden. Ik verbeeld my reeds, wil job zeggen, deze fpottende booswichten, in hunnen ouderdom zoo behoevtig te zien, dat zy zich, van wilde planten, tot hunne fpijs bedienen. Dit zal het gevolg zijn van hunne luiheid, en van hun losbandig leven.

5. Sy wierden uyt het midden uytgedreven : (men jouwde over hen, als [over] eenen dief,) of men drijvt hen uit de huizen, en wijst hen na als dieven.

6. Op datfe woonen fouden in de kloven der dalen, de'holen des ftofs, ende der fleenrotzen, zy zijn genoodzaekt hun verblijv te nemen in de wildernisfen en in onderaerdfche holen.

7. Sy fchreeuwden tuffchen de flruycken, onder de netelen vergaderden fy fich, in eenzame en wilde plaetzen verkeeren zy, afgefcheiden van de zamenleving der menfehen.

3. Sy waren of zijn kinderen der dwafen of der X. deel. L 5