is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172 J O B. XXX'.

fmelt my het wefen, ofgy doet mijne vastheid -waggelen: ik word, als op eene zee van onrust, ginds en herwaerds omgevoerd, niet wetende, waer ik eene veilige rustplaets vinden zal.

23. Vrachteloos zou ik thans hopen op de herftelling van mijne gezondheid en voorigen gelukftaet. ' Want ick weet 0) dat gy my ter doot brengen fult, ende tot hujt huys der t'famenkomfle aller levendigen, tot den ftaet des doods.

24. Maer hy en fal tot den aerdhoop, die boven op het grav geplaetst wordt, de hant niet uytfbeken, de dooden zal hy niet meer plagen: is 'er by haerlieden die in het grav liggen nog eenig gefchrey in fijne verdruckir ge ? zouden de dooden nog kermen, over de verdrukkingen , welke God hun toezendt?

Anders zou men, aen deze duistere woorden, ook den volgenden zin kunnen geven : „ Maer God ftrekt tot nog „ toe zijne hand niet uit, om my ten grave te doen ne„ derdalen. God laet my nog, als een ellendeling leven.

De aengenaemfte verkwikking wordt my nog misgund, ,, indien daerin, dat hy my in het grav brengt, eenige „ verkwikking gelegen is."

25. Hoe kan God , omtrend my , zoo onbarmhartig zijn en blijven, daer ik altoos zoo veel medelijden, met alle ellendigen, gehad heb? (d) Weende ick niet over hem die harde dagen hadde? was mijne ziele niet beangft over den nootdruftigen?

Volgens eene andere vertaling, is de zin deze: Ween ik niet, als een, die harde dagen ziet; roep ilj al den dag niet om ontferming? is mijne ziel niet beangst, en kwijnt zy niet van fmerten, gelijk een nooddruftigen, die niet ontvangt het gene hy wenscht en noodig heeft?

26. [Nochtans] doe ick het goede verwachtede, fo quam het quade: doe ick hoopte nae het licht van voorfpoed, fo quam de donckerheyt van allerlei ellenden.

27. Mijn

CO Hebr. j>: 2?. Qii) pralB 55: 13 > 14- Rora. 12: 15.