is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446 PSALM. CXVIII.

tot aen de hoornen des altaers , dat is altoos , zoo lang 'ef hoornen aen den Altaer wezen zullen.

28. Gy heer zijt mijn Godt, op welken ik veilig vertrouwen kan in alle gevallen, daerom fal ick u loven: o mijn Godt, ick fal u verhoogen , met mijne lovzangen.

29. Looft den HEERE, want hy is goet: want fijne goedertierenheyt is in der eeuwigheyt. Verg. vs. 1.

PSALM. CXIX.

J^Eze uitgebreide Pfalm, behelst eenen geduurigeri löV van Gods geopenbaerde woord. — Dit woord van God wordt, uit hoofde van deszelvs onderfcheidene deelen , betrekkingen, en gebruiken voor een Godvruchtig gemoed, onder verfchillende benamingen , van getuigenis/en, wetten, bevelen, rechten, inzettingen, toezeggingen, en dergelijke, by geduurige verwis feling voorgedragen. De Spreker roemt de waerheid, kracht, dierbaerheid, en vertroosting van dit woord, met verfchillende bewoordingen. — De Dichter fpreekt uit de volheid van zijn hart, zijn voorftel is beweeglyk en zielroerend. De verfcheidenfleid der uitdrukkingen, en de geduurige afwisfelingen, maken, dat men zich, over den vruchtbaren geest van den Dichter, niet genoeg verwonderen kan.

Ook is het opftel van dit zangftuk ongemeen kunstig. — Het heeft 22 byzondere afdeelingen; elk van deze afdeelingen heeft 8 verfen , welk agttal van verfen , telkens met eene onderfcheidene letter van het Hebreeuwfche Alphabeth , begonnen wordt. — Dit is, gelijk in andere Alphabetifche Pfalmen, niet alleen cieraedshalven gefchied, maer ook om het geheugen te hulp te komen. Met het grootfte recht, noemt met dezen Pfalm, het Alphabeth der Godzaligheid.

Wie ondertusfchen de Dichter zy, kan niet met zekerheid