Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Si 8 PSALM. CXXXIII.

van, den Hoogepriester gebruikt werd. De zin is dezes de, zamenwooning der broederen, is gelijk aen de kostelyke, talvely, die weleer op, het hoofd werd uitgegooten, vervolgens van het hoofd nederdalende of afvloejende op den baerd, namelyk op den baerd Aarons, en die van den baerd weder mdtr.daelde en afftroomde langs zijne kleederen.

De Dichter heeft het oog op die heilige zalvoly, die tot de zalving der Priesteren gefchikt was , Exod. 30: 23.25. Hy maekt hier eene vergelijking, tusfchen de vreedzame zamenwooning van broederen en deze zalvoly; Om daerdoor in het gemeen aen te toonen , hoe aengenaem en genoeglyk zulk eene zamenwooning zy. „ Ge„ lijk deze heilige zalvoly, wil hy zeggen , niet alleen ,, aen het hoofd van aaron , maer ook aen den baerd „ en de ganfche kleeding, op welke deze balzem af„ vleide, eenen zeer aengenamen geur mededeelde; zoo, „ breidt zich ook het vergenoegen , het welk met eene, „ vreedzame zamenwooning gepaerd gaet, over alle de jj leden van 'zulk eene vergadering uit."

Maer meer in het byzonder, is deze gelijkenis toepaslelyk op de omftandigheden, by welke david, nae onze onderftelling, dezen Pfalm gedicht heeft. In die plech» uge Volksvergadering , in welke salomo tot Koning en 3ad0k tot Hoogepriester gezalvd werden, zijn de grondflagen gelegd tot eene beftendige vereeniging van alle de ftammen. Deze plechtigheid was als eene tweede zalving van aaron; daer het bouwen van den Tempel was vastgefteld, en hel; Hoogepriesterfchap tot de rechte linie werd weder gebracht. Tot dus ver , was het Priesterschap aen den Tabernakel verbonden geweest ; maer nu zou het tot den Tempel bepaeld worden, eleazak was, als de oudfte zoon van aaron , de wettige ervgenaem van, de Priesterlyke waerdigheid : maer in eli was het TP-rjesterfchap tot de nazaten van ithamar gekomen; en nu kwam het, door de zalving van zadok , weder in de rechte linie van eieazar. — Daerenboven, vertoonde de Hoogepriester, als het hoofd der Priesteren, in zijn perfoon "de ganfche Kerk'der Israëlieten: en" derhalven

was

Sluiten