Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOMONS. IV. 3Öi

ÉH net geregelde tanden, mag ik vergelijken by net gefchoc» ren en fchoon gewasfchen fchapen, die twee aen twee gekoppeld uit de waschftede opkomen, en eene geregelde dubbelde ry uitmaken.

3. Uwe lippen zijn zoo rood , als een fcharlaken fnoer, ende uwe fprake (e) is lieflick: de

flaep uwes hooftS , of de blos van uwe wangen , is als

•een ftuck van eenen open gebarften granaetappel, die eene fraije mengeling van rood en wit vertoont, tuflèhen uwe hairvlechten.

4. (d) Uw lange en recht opgaende hals, nae de regelen der welvoeglykheid gevormd, omhangen met goud, juweelen, paerlen, en andere zeer kostbare verderfden, is ten aenzien van deszelvs verhevenheid , regelmatigheid en omhangende verfierfelen , als Davids toren , die gebouwt is tot ophanginge van wapentuygh; daer duyfent rondaffen aen hangen, altemael zijnde ichilden der helden.

5. (e) Uwe twee borften , uit eenen fneeuwwitten boezem uitpuilende, zijn gelijck twee roodachtige welpen, tweelingen van een rhee, die onder en tusfchen de witte leliën weyden , wanneer men alleenlyk de kleine rondte van hare roodachtige ruggen , boven die witte leliën ziet uitfteken.

6. Tot dat die volle dagh aenkomt, ende de fchaduwen tegen den middag geheel wechvlieden, geduurende dezen zeer aengenamen morgenflond , fal ick gaen naer den fpeceryenhov , tot den myrrhebergh, ende tot den wieroockheuvel.

7. Dan , eer ik u mijne sulamith verlate , moet ik nog eens betuigen , dat ik verrukt ben van wegens uwe uitmuntende fchoonheid. Geheel zijt gy fchoone, mijne Vriendinne, ende daer en is geen gebreck aen u.

8". Ik ben voornemens een jachtparty, op de wilde die00 Pfalm 147: 1. CoIpfT. 4: 6. 00 Hoogl. 7- 4. CO Hoogl. XII. DEEL. Z 5

Sluiten