Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOMONS. IV. 363

uwer oliën , met welke gy gezalvd zijt, hoe veel voortref, felyker is die dan alle fpeceryen te zamen?

11. Uwe fpraek is zeer innemende, en uwe natuurlyke welfprekendheid is by uitnemendheid bevallig. Uwe lippen , O Bruyt, druppen als het ware , wanneer gy fpreekt, van honichfeem, honich ende melck is als onder uwe tonge, ende de reucke uwer Meedelen is als de reucke van Libanon, wanneer alle de boomen aldaer in vollen bloei ftaen.

12. Mijne Sufter, o Bruyt, gy zijt gelijk aen een befloten en heerlyken hof, voor zoo ver zich alle mogelyke bevalligheden in uw perfoon vereenigen , even gelijk natuur en kunst alles toebrengen, om dezen keurigen hov te veraengenamen : gy zijt gelijk eene beflotene welle, eene verfegelde fonteyne.

Wellen en fonteinen, worden in het Oosten zeer hoog gewaerdeerd ; zy worden daerom zorgvuldig gefloten en verzegeld, opdat zy alleen dienen zouden tot gebruik van den eigenaer, om zijnen lusthov te bevochtigen. — De gelijkenis , drukt derhalven de dierbaerheid van de sulamith uit in salomons oogen, en de ongemeene hoogachting welke hy haer toedroeg.

13. Hoe ongemeen kunftig , en met welken kiefchen (maek hebt gy dezen tuin aengelegd! orde en fchoonheid verrukt my geheel en al. Uwe fcheuten, de planten en voortbrengfelen van dezen* kunsttuin , zijn ongemeen tierig en zeer keurig geordend, dit is een paradijs van granaet-appelen, met edele vruchten, cyprus met nardus,

14. Nardus , ende faffraen, calmus, ende kaneel ,' met allerley boomen van wieroock , myrrhe, ende aloë, mitfgaders alle voornaemfte fpeceryen. Welk eene verfcheidenheid der aengenaemfte voortbrengfelen van de natuur!

XII. DEEL.

Sluiten