Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxx INLEIDING.

Israëlieten, by wijs van een lovlied,

Kap. XXVI. behelzende:

«. Eene verheerlykin g van God ,. over het ontzet van Jerufalem, en de bewaring van Juda's Koningrijk, Kap. XXVI: i-ii.

(3. Eene nadere uitbreiding der byzonderheden van deze gewichtige gebeurtenis, Kap. XXVI: 12-19.

y. Eene gepaste vermaning, vs. 20, 21.

B. Wijders bedreigt de Propheet een fchroomelyk oordeel, over de vyanden van Gods volk, met belovte van allerlei zegeningen aen de Joden, Kap. XXVII.

C. Met Kap. XXVIII. begint een bundel van wee bedreigingen, welke met Kap. XXXV. eindigt.

A. De eerfte wee bedreiging, Kap. XXVIII. is betrekkelyk tot Ephraim of het Rijk der X /lammen, toen hoseas zoo wel als hiskias , van den Asfyrifchen Alleenheerfcher was afgevallen. — Onder dit alles komen byzonderheden voor, welke ons naer volgende tijden wijzen, vooral vs. 16. het welk blijkbaer ziet op den

messias.

B. De tweede betreft Jerufalem, voorkomende onder den zinbeeldigen naem van Ariël, Kap. XXIX. Hier fchijnt de

éin-

Sluiten