Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4<58 J E S A I A. LIV.

i. (a) Singt vrolick gy onvruchtbare, [die] niet gebaert en heeft, maeckt gefchal met vrolick gefangh, endejuycht, [die] geen barensnoot gehadt en heeft: want de kinderen der eenfame zijn meer , dan de kinderen der getrouwde, feyt de HEERE.

De perfoon die hier aengefproken wordt, heet ie onvruchtbare , die niet gekierd heeft , die geen barensnood gehad heeft. — Het is als of de Propheet zeide:-gy onvruchtbare, gy die de gene zijt die niet gebaerd heeft, gy die te vergelijken zijt by eene die geen barensnood gehad heeft. — Hier wordt de oude moederkerk, uit de geloovige Joden bedoeld. Deze had , als eene onvruchtbare vrouw, niet gebaerd. Er waren oudtijds wel geloovigen , die kinders konden genaemd worden; maer alle de geloovigen van den ouden dag worden, onder het zinbeeld van eene vrouw, bier te zamen genomen. Deze Kerk van het Oude Testament had geen zaed, voor zoo ver dat zaed , het welk de Heidenen beërven zoude vs. 3, nog niet geboren was. In dit opzicht, was zy onvrucht' baer. — Zelvs had zy geen barensnood gehad; 'er hadden zich geene omftandigheden opgedaen, uit welke men befluiten mogt, dat de geboorte van het gemelde zaed kort op handen ware.

Deze Moederkerk nu wordt hier tot vreugde opgewekt. Zing vrolyk gy onvruchtbare, die niet gebaerd heeft, matk ge. fchal, met vrolyk gezang, en juich, gy die geen barensnood gehad heeft. De blijdfehap moest ongemeen groot wezen, en zich, met allerlei vreugdeteekenen, naer buiten openbaren. — Maer wat was de oorzaek van die zeer groote vreugde? Want, is het, de kinderen der eenzame zijn meer,dan de kinderen der getrouwde, zegt de heer.

Twee getrouwde vrouwen komen hier voor. — De eerde heet de eenzame, omdat zy geene kinderen gebaerd had," en fchoon eenen man hebbende, evenwel nu zijne gemeenfchap in zekeren trap, en voor eenigen tijd, miste. — De andere heet de getrouwde, of gelijk 'er eigenlyk ftaet, die

den

(«) GaL 4: ifij!

Sluiten