Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

454 JEREMIA. XLIX.

malcam , die i Kon. ii: 5, 33. MILCOM genaemd wordt. beteekenende eenen machtigen Koning , is de afgod der Ammonieten. Zy werden het volk van malcam genaemd, omdat zy hem als hunnen opperften God eerbiedigden, en op hem hun vertrouwen vestigden, even als de Moabieten bet volk van Camos heeten, Kap. 48: 46. — De zin van vs. 1*. is derhalven hoofdzakelyk deze: „ Met wat recht „ hebben de Ammonieten het land van gad in bezitting „ genomen? op wat grond bewoonen zy dat gedeelte van „ Gilead, het welk wel eer aen de (lamme van gad was „ ten deele gevallen ? Juda was immers de wettige ervge„ naem en opvolger van de X ftammen, toen deze door de „ Asfyriers gevangelyk waren wechgevoerd: hoe onbillyk „ is het dan, dat de Ammonieten het land van de Stamme „ Gad hebben ingenomen, waerop zy geene de minste be„ trekking hadden ? — Dit hadden zy zelvs al eenigermate „ gedaen, kort voor de regeering van Koning jerobeam den „ tweeden, toen het Rijk van Israël in eenen zeer vervallen „ ftaet was, Amos 1: 13."

2. Daerom, dewijl gy Ammonieten, uwe landpalen zoo onrechtvaerdig hebt uitgebreid, fiet, de dagen komen en de tijd nadert, fpreeckt de HEERE, dat ick over (*) Rabba de hoofdftad der kinderen Ammons, een krijgsgefchrey fal doen hooren, want Ik zal eenen machtigen vyand aenvoeren, die de gemelde Stad zal belegeren innemen en uitplunderen, ende fy fal toteenen woeften hoop worden, zoodat de gebouwen en muuren, in puinhoopen zullen veranderd worden, ende hare onderhoorige plaetfen eigenlyk hare dochters, de mindere' fteden , welke aen haer onderworpen zijn, fullen met vyer aengefteken, en door de vlammen geheel verteerd worden: ende Ifraël fal erven, door de wapenen aen zich onderwerpen, en bezitten de gene die hem ge-erft HEERe!™ aen zich ^derworpen hadden, feyt de

3. Huylt o Moabieten , die Hefbon tot eene van

uwe

(!>') Amos 1: 14.

Sluiten