Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JEREMIA. XLIX. 455

uwe voornaemfte fteden hebt; vergel. Kap. 48: 2, 34. 35Heft gylieden mst de Ammonieten een treurgefchrey op, omdat, de vestingen der Ammonieten verwoest zijnde, de weg tot de uwe gebaend is. De Ammonieten zijn reeds vernederd : want de Ammonietifche Stad Ai is reeds verftoort en verwoest; Krijtet gy dochteren van Rabba, gy mindere fteden die aen Rabba onderworpen zijt; gee'vt allerlei teekenen van rouw en van verlegenheid, gordet facken aen, (c) drijvet mifbaer, ende loopet om by de tuynen, in de heggen en kreupelbosfchen om u te verfteken, of in de dorpen, om te zien of gy op het platte land nog veiligheid vinden kunt: want Malcam, dien gy als uwen befchermgod eerbiedigt, fal wandelen ïn gevanckeniffe, fijne (d) Priefteren ende fijne Vorften te famen.

4. Wat roemt gy op [uwe] vruchtbare dalen i uw dal is wechgevloten of is overvloeiende van melk en honig, gy afkeerige dochter,-die op hare (e) fchatten en de inkomften van uwe zoo ongemeen vruchtbare landsdouwe vertrouwt, [/eggende,] (ƒ) Wie foude tegen my, die tot zulk een toppunt van aenzien en vermogen ben opgeklommen , ten ftrijde komen ? Ik heb voor geenen vyand te vreezen.

5. Siet ick fal vreefe over u brengen, en u den moed benemen, wanneer Ik de vyanden tegen u zal doen optrekken , zoodat 'er duizend vlieden zullen, voor het fchelden van eenen eenigen, fpreeckt de Heere, de HEERE der heyrfcharen, die machtiger is dan alle de machtigen. Gy zult bevreesd zijn, voor de aenvallen van alle die rontom u zijn: ende gylieden fult, een yegelick voor fich henen, uytgedreven worden, zoodat elk maer op zijne eigene behoudenis zal bedacht zijn, en den weg infiaen, die hem het eerfte voorkomt; ende niemant en fal den omdoolenden vergaderen , niemand zal zich uwe zaek aentrekken, of eenige

Cc) Jef. 32: 12. Jer. 4:8. ende 6:26. OO Jer. 48:7- CO Jer. 48:7. (/) Jer. 21: 13.

XIV. DEEL. Ff 4

Sluiten