Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EZECHIEL. SVL U9

Het opfchrivt vinden wy vs. i, 2.

1 Ende des HEEREN woort gefchiedde tot mv " in eene andere Openbaring, feggende:

2. Menfchen kint, vergel. Kap. II: 1. ftelt een raetfel voor , ende gebruyckt eene gelijckenifle tot het huys Ifraëls, tot de overgeblevenen van Jacobs nakomelingen, die, met u , gevangelyk naer Babel ge-

voerd zijn. , ,

Een raedfel is, volgens de kracht van het oorfprongelyk woord , eene fcherpzinnige fpreuk , in welke iets meer verborgen ligt, dan de letterlyke beteekenis der woorden medebrengt; eene fpreuk, waerdoor de bedoelde nek geheimzinnig wordt voorgefleld. - Het wordt nader verklaerd, door eene gelykenis, dat is een zinrijk en zinbeeldig gezegde.

I. In de bedreiging vs. 3- 21. vinden wy,

Het raedfel, of zinbeeldig voorftel, vs. 3-10. 3. De verklaring van het zelve, vs. 11-21. Het raedfel ftelt het bedrijv voor van twee arenden.

A. Dat van den eerften, vs. 3-6.

B. Dat van den tweeden, vs. 7-10.

9. Ende fegt; Alfoo feyt de Heere HEERE: Een arent die groot was, groot van veugelen, laneh van vlercken, die lange uitgeftrekte leden had, vol van vederen, en die verfcheydene verwen hadde; met een woord een zeer groote en fterke Arend; quam op den Libanon , dat gebergte van het Joodfche land, alwaer de cederen, in zeer groote menigte weeldrig groeiden, ende hy nam den opperften-tack van eenen hoogen ceder, die,.boven de andere uitftak.

4 Hy pluckte den top fijner jonge tackfkens, dat is de bovenfte looten, van dien afgehouwen kruin, af,ende bracht hem, te weten dien afgeplukten top, of

XV- DEEL. K 3

Sluiten