is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DANIEL. VI. 9i

zy wedergekeerd. *— darius de Meder ontving het Koningrijk van Babel, geljjk daniel zegt, omtrent 62 jaren oud zijnde. Dit komt volmaekt overeen, met den ouderdom van cyaxares II, op dien tijd, toen hy de heerfchappy over Babel bekwam, gelijk de Heer schutte, op tijdrekenkundige gronden, uitvoerig en zeer oordeelkundig heeft aengetoond, Bijbelfche Hijlorie p. 423. — Dit alles ftrookt ook met het verhael van josephus Antia, Jud. 1. X. c. 12. dat darius, de zoon van astyages, aen welken de Grieken eenen anderen naem geven, 62 jaren oud was, toen hy, met behulp van cyrus zijnen bloedvriend, de heerfchappy der Babyloniers vernietigde. — Eindelyk wordt dit begrip bevestigd door het verband van zaken, daniel Kap. V: 30. het treurig uiteinde van belsazar verhaeld hebbende, laet 'er aenftonds op volgen: darius de Meder nu ontving het Koningrijk, ten duidelyken vertoge, dat da • mus, Koning der Meden, den verflagenen belsazar, in de heerfchappy van Babel, onmiddelyk hebbe opgevolgd, gelijk met cyaxares II, heeft plaets gehad. Ook laet het zich, uit dit begrip, zeer gereedelyk verklaren, hoe daniel , by dien Vorst, in zulk eene grote achting gekomen zy, als vs. 2-4. verhaeld wordt.

darius de Meder, gelijk daniel hem noemt, heette by de Grieken cyaxares , en wel cyaxares II, in onder, fcheiding van zijnen voorzaet, cyaxares I.

2. [Ende] net docht Dario goet, dat hy over de beftuuring van het Babylonifche Koninckrijcke ftelde hondert ende twintigh Stadthouders of Ontvangers, die over het gantfche Koninckrijcke zijn fouden, om de fchattingen en inkomften, welke, voor den Koning moesten opgebracht worden, in te zamelen.

3. Ende, om zich van hunne goede trouw des te meer te verzekeren, ftelde de Koning, over defelve 120 Ontvangers, drie Vorften, als opzieners, van dewelcke Daniel d'eerfte zijn foude: den wekken die Stadthouders felfs fouden rekenfchap geven, van ontvangst en uitgaev, op dat de Koningh geen fchade en lede, in zijne rechten en inkomften.