Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. xxm

zich van die gelegenheid bedienden, om den ouden wrok uit te oeffenen, en velen der Joden tot flaven te verkopen, 2 Kron. XXVIII: 5-17. Jef. VII: 1-7. (c)

De voorzegging van onzen Propheet ftemt grotendeels woordelyk overeen , met die van jeremia , Kap. XLIX: 7—. Nu is het zeer waerfchijnlyk dat onze obadja de gemelde woorden, uit jeremia, overgenomen, en tot eenen grondflag van zijne Voorzegging gelegd hebbe. Dit is veel waerfchijnlyker, dan dat jeremia de woorden van obadja zou hebben overgenomen , te meer daer de laetstgemelde veel uitvoeriger is. jeremia voorfpelt, in de gemelde plaets, alleenlyk den ondergang der Edomiten , maer nadat obadja dat gedeelte van jeremias Godfpraek had overgenomen, voegt hy 'er nog twee zeer merkwaerdige byzonderheden by, betreffende de oorzaken van den ondergang der Edomiten , en hunne onderwerping aen den Joden.

jeremia deed de bedoelde Voorzegging, in het vierde jaer van Koning jojakim (d). Maer obad!a voorfpelde den ondergang der Edomiten , nadat de Joden reeds gevangelyk waren wechgevoerd, en Jerufalem, door de Babyloniers, was ingenomen, vergël. vs. 12-14, 20. Weinige ja-

(c) VITRINga typus doiïr. Prnph. part. I. c. 4. «. 13. 00 XIV Deel. p. 435, 436i

XVIr. deel. [B 4]

Sluiten