Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MATTHEUS. XlIE 311

de aerde waren nedergevallen, hunne oogen wederom op-" hieven, zagen zy niemand dan jesus alleen. Wy zijn. zegt petrus, hebbende het oog op deze verheerlyking van christus, AENfCHOUWERS geweest van zijne Majefteit.

B. Dat de beide mannen, die met den Heiland zmen fpraken, mose en elia waren, wisten de Apostelen uit hunne redenen. De eerfte iprak zulke woorden, uit welke zy ligtelys konden opmaken, dat het mose, en de andej re ftelde dingen voor , uit welke het kenbaer wierd , dat het elia ware. Denkelyk heeft de Heer jesus hen ook onderfcheidenlyk, met hunne eigene namen, aengefproken. — De Apostelen zagen deze beide mannen in heerlykheid , dat is, met verheerlykte lichamen, van welke een luisterrijke glans afftraelde, offchoon in mindere maet, dan van jesus lichaem, verg. Luc. IX: 31.

C. elia is, met ziel en lichaem, ten hemel gevaren, en kon zich derhalven in zijn eigen verheerlykt lichaem vertonen. Maer mose is geftorven en door God zeiven begraven, Deut. XXXIV: 5 , 6; wat heeft hy, by deze verfchijning , voor een lichaem gehad ? Er is geen voorbeeld van, in de Heilige Schrivten , dat de zielen van afgeftorven heiligen zich , in een aengenomen en vreemd lichaem, op de aerde vertoond hebben , en daeruit mogen wy befluiten , dat mose , kort na zijnen dood, door het Godlyk Alvermogen, opgewekt, en hier in zijn eigen verheerlykt lichaem verfchenen zy.

D. By deze verheerlyking van cheistus , verfchenen juist mose en elia , deels omdat zy de voornaemfte der Propheten geweest zijn, deels omdat zy in hunne reeds verheerlykte lichamen verfchljnen konden, en daerdoor fprekende leerbeelden waren, hoe de Middeiaer, door zijne opftanding uit de doden, den weg zou banen, tut zijne uitnemende heerlykheid. —■ Maer wat meer in het byzonder , beide deze grote Propheten hadden, in den loop van hunne bediening,zeer veel fmaed en lijdingen moeten ondergaen , maer daerna hadden zy ook eene buitengewone eer genoten. Hierin waren zy luisterrijke voorbeelden ge-weest van den Middelaer , en de Apostelen konden, uis: XVIII. DUEL. V 4

Sluiten