is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEZELSCHAPPEN.

GEZELSCHAPPEN. a3öj

fchap van anderen by te woonen; eene Geleerde is niet verbannen van de menfehelyke famenleeving: maar wat zal 't gevolg wezen, wanneer hy zich aan de eenzaamheid gewoon gemaakt heeft? Moet hy in de werelt komende, op dat ik my dus uitdrukke. niet ftaan als een nieuweling, verwondert op ieder gering voorval, verbaasd op elke ontmoeting, zich als een lompen weetniet vertoonen in de dagelykfche verkeering, en ten voorwerpe van fpot en fchimp ftrekken. De Dichter Horatius geeft ons een leevendig afbeeldzel van zodaanig een' Mensch, in Lib. II. ep. 2. daar hy zegt,

Ingenium, Jibi quod vacuas defumjït Athenas Et Jludiis annosfeptem dedit, infenuitque Libris et curis Jiatud taciturnus exit Plerumque, et rifu populum quatit: ■

Een weetgraag Mensch, die om gerust en ftil altoos Te leeven , 't ftille Atheen tot zyne woonplaats koos , En veele jaaren had geblokt in 't onderzoeken, Van weetenfchap, veroud in 't leezen veelei' boeken Komt eind'lyk (lom, en als een ftandbeeld, voor den da" En wekt, door dat vertoon, zo zeldzaam, 's Volks gelach.

Van hier degewoone fcheldnaamen Schoolvos, geleerde Pedant, Letterkaauwer en dergelyken. Zeer gegrond is deswege de aanmerking van den Schryver der FII. Redenvoeringe in het Ilde Deel van den Guardiaan, welke 't ons lust hier in te voegen. ,, indien, dus luid „ ze, de Geleerden zich ook wilden leggen op deken3, nis der werelt,- wat overwinning zouden zy door

de vereeniging der welleevenheid met hunne wee„ tenfehap, niet behaalen over de Saletjonkers, hoe „ zouden zy die ydele en luidruchtige Snappers, die

het hoogde woord in de asfembleés voeren, niet flin„ geren ? hoe verachtelyk zouden zy die Pronkers „ niet maaken, wier wezenlykfte verdienden beftaan „ in een kostlyk en zwierig kleed, een blonde pruik, „ een paar handfehoenen met goude franje, en een „ gouden fnuifdoos. Deeze zouden weinig heul vin„ den by hunne koude fnaakeryen, hunne laffe loop„ jes , en in hunne luidruchtige manieren , indien een „ geleerd en welleevend Man van zyne dubbelde ver„ dienften bewust, zich met een onbedwongen zwier in „ de Gezelfchappen vertoonde, en met dat vertrouwen, „ 't welk een gezond verftand en de ervaarenheid geeft.

Alle die nu in de Gezelfchappen voorzitten, zouden „ haast de vlag voor hem ftryken, en hy zou de lust „ der Gezelfchappen worden; nooit iemant aantasten, „ en ook nooit nalaaten , zich zeiven op eene be„ fchaafde en verftandige wyze te verdeedigen, als hy

„ wierde aangetast." Die Geleerden , welke

de eenzaamheid zo zeer gezogt hebben, zitten in de byeenkomften fpraakloos, of geeft eenig voorval hun gelegenheid om te fpreeken van zaaken, die onder hunne liefhebbery vallen, zy vieren zich den vryen toom, en doen geheele verhandelingen, tot overlast van de zodaanigen, die 'er geene kennisfe van hebben, en maaken zich by de kundige befpottelyk : kan men iets lastiger of befpotlyker bedenken , dan dat ie mant over de kragt van een Grieksch of Latynsch woord, en de onderfcheidene betekenisfen, waar in het by verfchillende Schryvers voorkomt, een half uur, zo niet langer, 't woord voere, op eene plaats, daar 't grootfte gedeelte 'er niets van verftaat?of, dan dat een ander raoeilyke voorftelieii van de Wiskunde

gaat oplosfen, wanneer 'er van die zaak maar even gerept wordt, in 't Gezelfclmp van Menfchen , die zich nimmer met- die afgetrok^ene befchouwingen beezig houden? Zo handelt egter de Taalgeleerde en de Wiskunften aar , die weinig de werelt kent: en op gelyken voet gaan anderen, die zich op andere zaaken uitleggen , en de Gezelfchappen veronachtzaamen , te werke.

Wyders is het buiten tegenfpraake eigen aan de Menschlyke Natuur, dat ze door de verandering verfrist en in ftaat gehouden wordt; dit is waar ten opzichte van het lighaam en den geest: 't lighaam langen tyd in dezelvde geftaltenisfe gehouden, verftyft, en wordt onbekwaam om de werkzaamheden, tot welke het gefchikt is, te verrichten: geftadig en met de ingefpannenfte aandacht beezig te zyn, is byna onmooglyk, en te veel den geest af te matten, ten hoogften nadeelig. Gelyk een fnaar op een fpeeltuig te ftyf gefpannen, breekt; de pees van eenen booge geduurig gerekt ftaande, verflapt, zo wordt de ziel des Menfchen door rustloozen arbeid, onbekwaam en lustloos. ■ Waar by nog komt, dat het lighaam,

die naauwe verwant der ziele, de beweeging, zo volftrekt noodzaaklyk om 't zelve in kragt en gezondheid te houden, in dat geval, moet misfen, 't welk ter oirzaake ftrekt van veele kwaaien en ziekteus, die de Geleerden zich niet zelden op den halze hebben gehaald : wanneer ze te laat hunne dwaaze leevenswyze beklaagden. Deeze dofheid van Geest, deeze on gefteldheid van Lighaam, wordt door eene gefchikte en geregelde verdeeling van zynen tyd, in uuren tot de ftudie en tot uitfpanning voorgekomen- En wat uitfpanning, (benevens die, welke het Lighaam beweeging verfchaffen,) is 'er meer overeenkomende met 's Menfchen natuurlyke neiging, dan 't Gezelfchap van anderen? En wat kan men nutter bedenken voor lieden van oeffening, dan de ommegang met hunne foortgelyken, of ten minften met de zodaanigen, die hunnen Geest kunnen verfrisfen. De fchrandere Schryver van den Patriot of Duitfche Zedemeester, ftekdus, onder eenige zeer nutte regels, die hy den Leerlingen van edele weetenfchappen voorfchryft, met het grootfte recht ook deezen voor: „ Doet uw best om een „ vroom , verftandig en naarftig vriend te vinden, „ die u in den voortgang van de ftudien ten minften „ gelyk, of een weinig voorby, is; fpreekt met hem „ gaarne van nutte zaaken, en gy zult zo veel voor„ deels als genoegen daar van hebben."

En zeker, zodaanig eene verkeering, welke niet aan één Perfoon bepaald behoeft te worden, fchoon een te groot getal fchaadelyk zy, brengt de heerlykfte nuttigheden te wege. Hier door wordt eene geregelde eerzucht, die aanraadfter tot groote en loflykedaaden aangekweekt, en de yver met fpooren genoopt; een edelaartige Ziel zal door den lof haar gegeeven aangewakkerd, en door de kennis der misflagen, vriendelyk onder 't oog gebragt, tot derzelver verbetering

aangezet worden. Het onderling vertrouwen,

't geen men in eikanderen ftelt, zal uitwerken, dat men vrye gedachten, die men anders in den boezem zou dienen te fmooren, uit oirzaake van de dwaasheid der menigte, die de nieuwigheid verdagt houdt, en alles, wat niet volgens de vnorouderlyke grondfteltïngen bepaald is, met nyrlige ." gen annz:et, durft voorftellen, en ter toeue aan ud'medeftieeveren op

het