is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238t GEZONDHEID.

GEZONDHEID,

• Niets is voor de Gezondheid nadeeliger, dan een beflooten bedorven lucht, die reeds in honderd longen

is aangeftooken. —• De beide uiterften in de eit

genfchappen der lucht, een te groote vogtigheid of droogte,-bederven onze longen. Ademt derhal¬

ven, zo veel in uw vermogen is, de frisfche vrye lucht; niet de lucht van volkryke, bedompte Steden, of moerasfige plaatzen, maar de lucht van het vrye, open land, en van de bergen; geenfints door de uitwaasfemingen van modderpoelen befmet.

Zet uw vertrekken, vooral in het zomerfaizoen, voor de frisfche morgenlucht en avondkoeltjes open; en verhoed, door de vrye fpeeling der lucht uit uwe tuinen in uwe flaapkamers, dat deeze niet, gelyk naargeestige alcoves, tot donkere verflikkende kerkers en verfamelplaatzen van gepakte dampen worden. Indien 'er de lucht niet genoegzaam kan doorfpeelen, moet gy ze des zomers, door water en azyn afkoelen. —— Onze flaap, die bron van nieuwe kragten, is zo wet van eene te groote warmte, als van eene te felle kou. de een natuurlyke vyand. Begraaft u niet in verhittende bedden. Laat de harde matras, de opfpannende peuluw, u doen inflaapen. Een ligt dekzel op uw hoofd, en het verwarmen uwer voeten zullen uwen flaap begunftigen, en u vry, vrolyk, en zonder hitte doen ontwaaken.

Indien gy de beste lucht genieten wilt, moet gy den lente- of zomer-morgendond niet in het bed doorbrengen. Deeze uuren draagen niet alleen het goud van den arbeid, maar ook der Gezondheid in den mond.

Ook moet gy de hitte van uwe vertrekken in den winter maatigen, en voor de tochtreeten in uwe venfters niet fchrikken. De koude, die hier door indringt, is niet doodelyk; maar de warmte van uw wintervertrek, die u zo ongemeen behaagt, deeze warmte is het die u verzwakt en uwe beste fappen uitdroogt. Verwarmt u liever door klederen, en, hier mede wel bedekt zynde, moet gy de koude niet ontzien, want zy is zelvs balfem.

Het is even zo gevaarlyk fchielyk uit koude in warmte, als uit warmte in koude te komen; en nimmer moet gy u lighaam aan een van beiden te zeer gewennen.

Te ligte kleederen in den zomer weeren de hitte niet, maar vermeerderen dezelve; en wanneer de zyden kleederen van het zweet doortrokken zyn, zullen zy, in de koele avonden, de openingen der zweetgaten verftoppen, en u ligtelyk een koorts veroirzaaken.

Weest zindelyk; dit is een deugd die u door den welftand en den burgerlyken omgang, maar nog meerder door de Gezondheid, wordt aangepreezen. Ontftaat uw lighaam van het bemorsfend ftof en lymerig zweet, door wasfchen en rein linnen, en mydt alles wat deszelvs uiteriyke deelen vervuilt, en fcherpte verwekt; dit gaat over in de fappen. Leest het werkje van den Duitfchen Hippocrates, een'Geneesheer, die weleer het orakel der zieken, de vreugd der gezonden , en de glorie deezer hooge fchoole was; het werkje van eenen Plattner, de morbis ex immunditiie.

Over den Leefregel, met betrekking tot het Eeten en Drinken.

Het beste voedzel wordt ons dikwerf nadeelig, alleen dewyl wy 'er niet aan gewoon zyn. Men gewenne zich, derhalven, wanneer men gezond is, aan al¬

les; men gaa hier in by trappen voort, en houde altoos het maat.'ge als den gewigtigfteu en voomaamften

regel, in het oog —- De eenvoudigfte fpyzen, die

ons door de aarde, de lucht en het water worden aangeboden, zyn zekerlyk de minst fchaadelyke. —— Het jonge dier, dat niet gemest wierd, maar op de open weiden tierig groeide, geeft het keurigfte voedzel; en de vlugge Rhee zal u geen zwartgallig bloed aanzetten.

Vermoeit u niet door lange maaltyden : verzadigt u niet met de lekkernyen waar aan de moordende koks hunne konst beproefden. Zodaanige fpys als op zich zelve gebruikt de gezondfte is, wordt door herhaalde vermenging met anderen, tot vergif, en gist, door de hitte van vreemde kruideryen, tot een' fcherpen bruisfchenden most van fappen. „ Welk een menigte „ van dingen, die door één keel zullen gaan, worden „ niet door de zwelgery, die hier toe de aarde en „ zeeën plundert, onder eikanderen gemengd! —— „ Goede hemel! hoe veel bakkers en koks worden „ niet door. één enkele maag in het werk gefteld!" Denkt zo, dikwerf, met Seweca, en fchaamt u lekker te wezen.

Eet, wanneer gy honger hebt, en wagt niet tot de

honger een tyran wordt. Geeft, omtrent de

hoeveelheid en verkiezing van uw voedzel, wel acht op uwe lighaamsgefteldheid, op uwe gewoonten en opvoeding, op uwe leevenswyze en op de jaarfaizoenen. Indien uw maag flap is, moet gy alles myden wat de flappe fpanning nog flapper maakt; alle vette fchotelen en olyen, die fchielyk in gal overgaan.-— Geen kost, hoe heilzaam ook, is voor alle Menfchen even nuttig. Alle harde fpys, gelyk gezouten of gerookt rundvleesch, of gedroogde visch, zal de fterkemaag van den werkzaamen landman niet bezwaaren, maar geeft hem zagte fpyzen, door de konst der koks toebereid, en het zal hem in weinig weeken aan kragten tot zyn' arbeid ontbreeken. Dus ook, wanneer gy de zwakke maag met zwaare en magtige fpyzen overlaadt, zult gy haar nog meer verzwakken.

De fchielyke verzadiging van een' te grooten honger, is de moeder van eene menigte koortfen; en het vasten van een maag, flegts door traagen eetlust aangedaan , wordt Gezondheid. Tragt derhalven, om beter te fpyzigen, met Socrates, den honger doorwandelen op te fpooren.

De lente, de zomer en herfst, bieden u, als om ftryd, hun balfemende planten en tuinvrugten , tot verfrisfching en verfterking, aan. Hoe veele heilzaame kruiden worden door ons bedorven verhemelteniet veracht! Ieder zomermaand fchenkt die vrugten haare rypheid, webken voor u het nuttigde zyn; gebruikt ze met maate; het zyn de artfenyen der natuur.

Melk is een zeer balfemend voedzel; zy wordt u van het land als een zoet, of heilzaam zuur gefchonken. Laat, inzonderheid, de verkwikkende drank van een zuivere frisfche bron, vry van vreemde deelen, uwe Gezondheid derker maaken, en uwe zenuwen harden.

De wyn zy nimmer de gewoone drank van den nog tederen Jongeling. Hy verderke op zyn' tyd genooten, den Man, verleevendige den Grysaart, verkwikke den zwakken, en vermeerdere, als geneesmiddel, de natuurlyke warmte in de felle koude des winters.

Wel-