Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOEDERTIERENHEID.

GOEDERTIERENHEID.

25*1

«yn den Souverein zelve, het achtbaar voorrecht gelaaten, om die genen, het zy geheel of voor een gedeelte van de ftraffen te bevryden, welke zy oirdeelen zodaanige barmhartigheid waardig te zyn, en om van zekere lasten de zulken te ontflaan, die dezelve niet draagen kunnen, zonder zich te bederven, in gevalle het gemeene welzyn deeze opoffering van byzondere perfoonen niet vereischt. Men werd te meer aangedrongen dit voorrecht aan den Souverein over te laaten, nademaal, in gevolge van het verkeerd denkbeeld, als of door de zwaarte der kastydingen de misdryven moeten voorgekomen worden, de meeste wetten zulke ftraffen tegen de overtreeders vast ftellen , welker geftrengheid gansch niet evenredig is met de natuur der misdaaden, die men door de wetten heeft willen voorkomen.

Wanneer men zich thands de eigenlyke reden herinnert, waarom in de Burgermaatfchappyen lasten opgelegd, verplichtingen voorgefchreeven, wetten ingefteld ,- en ftraffen tegen de overtreeders van dezelve bevolen zyn, dan zal men zeer gemakkelyk inzien, dat dusdaanige bepaalingen en ordonnantiën nooit ten oogmerke gehad hebben, om de een of ander byzonder Mensch ongelukkig te maaken, zonder dat daar door het algemeene heil bevorderd wierd, noch iemant te doen lyden buiten onvermydelyke noodzaaklykheid , zonder eenig wezentlyk voordeel dat uit zyn lyden, of voor hem, of voor de Maatfchappy waar van hy mede-lid is, of voor het algemeene Menschdom, "moeste voortkomen. De wet kon egter niet voorzien, in welke gevallen de ftrenge naarkommg haarer voorfchriften nutteloos zoude kunnen worden: men heeft derhalven aan de wyze Goedertierenheid van den Souverein overgelaaten zulks te beoirdeelen, en dienvolgens derzelver ftrengheid te verzagten, wan-, neer zulks zonder gevaar kan gefchieden.

Wv zeggen wel uitdrukkelyk, dat de wyze Goedertierenheid van den Vorst die gevallen moet beoirdeelen, ten einde de zodaanigen van dat voorrecht uit te fluiten, die door den aart hunner bedieningen, of door hunnen rang, alleen bevoegd zyn om het proces op te maaken, te oirdeelen of den aangeklaagden dé wet heeft overtreeden, en die het vonnis naar de letter van de wet juist in diervoegen moeten uitwyzen, als in de wet zelve is voorgefchreeven. Het is de zaak niet van mindere perfoonen, de zodaanigen namentlyk die de wetten ontvangen hebben, om dezelve te verzagten, of iemant van derzelver naarkoming tè ontflaan, en niemant heeft het recht dezelve te verzwaaren; maar het ftaat aan den Souveiein alleen, die de leevendige wet is, om haare ftrengheid te verzagten en genade te bewyzen : hy kan dit doen , of, laat ons beter zeggen, hy is verplicht zulks te doen, zo dikwils de geftrengheid niet noodzaaklyk wordt, rioch voor den fchuldigen, noch ten aanzien van 't

algemeen. Wy gaan over tot eene duidelyke

uitlegging van dit onderwerp.

x. Een afgryslyke gewoonte, welke het gebruik, geduurende veele eeuwen van barbaarsheid, volgens de taal van ongevoelige zielen, in 't recht des oorlo s hërfèhaapen heeft, doch'twelk altoos eenefchandetyke wree Iheid in de oogen van 't gezond vernuft ween zal, fchynt de ongewapende Ingezetenen van een vyandlyk gewest aan de genade van eene woeste

en baldaadige krygsmagt over te leveren. Welke gruwelen pleegen niet de foldaaten, die ten oorlog trekken, tegen een volk dat zich niet verdeedigd, noch verdeedigen kan? Maar welke voordeelen hebben uwe legers, uwe ftaaten, en gy zelve daar van, gy Vorften , die de vertegenwoordigers der Godheid hier op aarde begeert te zyn, wanneer uwe benden ongewapende onderdaanen mishandelen , uitplunderen, vermoorden, en aldus uwe vyanden, wanneer deeze de fterkften zyn, aanwyzen, hoe zy uwe onderdaanen uit wederwraak behandelen moeten? Zullen alle deeze mishandelingen, deeze van u toegelaatene rooveryen, deeze ongeftrafte buitenfpoorighe. den, de plundering eener ftad, die men aan de toomelooze beestachtigheid van den militair overleeverd, eene fpoediger en voordeeliger vrede aanbrengen? Te vergeefs zegt men, dit is het recht des oorlogs; want waar is de wet, die de uitoeffening van dat recht beveelt? Zyn daar tegen niet de Vorften, de hoofden des volks, en der legers, onvermydelyk verplicht om Goedertieren te zyn jegens ongewapende Menfchen, en jegens overwonnelingen? Indien men, deeze afgryslyke fpreekwyzen, reprefailles of weêrwraak, de plundering eener ftad die ftormenderhand veroverd is, het verwoesten des platten lands, de verdrukking en vernieling der volkeren, zyn, door het recht des oorlogs, gewettigd, en foortgelyke meer, eens uit onze fchriften en gewoone taal voor altoos verbande, dan zal het niet langer Goedertierenheid zyn, zich daar van te onthouden; niet meer dan dat het goedheid mag genaamd worden geen fchelm of roover te wezen; men zal dan het toelaaten van zulke onmenfchelyke daaden, niet anders noemen dan wreedheid en barbaarsheid, gelyk zy ook in waarheid zyn.

2. De Boeren en Akkerlieden moeten lasten aan den Staat opbrengen, doch overftroomingen, een misgewas, of andere toevallen hebben haar in armoede gedompeld; zy kunnen dienvolgens de hun opgelegde fchattingen niet betaalen, en blyven daar in nalaatig, egter niet uit gebrek aan goede wil, maar enkel uit gebrek aan vermogens: dan de wet zodaanig onvermogen niet onderftellende, eischt, dat den genen die niet betaald, wat hy aan 't gemeene land moet opbrengen , zal geftraft worden. Zal nu een Goedertieren Souverein zulke on vermogenden overleveren aan dei onverbiddelyke ftrengheid van eenen Gadermeester, die het weinige dat den armen landman bezit, doet verkoopen, en hem noodzaakt het vaderland te verlaaten, of hem buiten ftaat ftelt de geleeden fchaade ooit weder te boven te komen, en zyn vaderland

voortaan nuttig te kunnen wezen? Gewis, c'e

Goedertierenheid, welke hem van lasten ontflaat, die hy onmooglyk volkomen volbrengen konde, zonder nogthands het recht van den Souverein te verkorten, benadeelt niemant, maar is veeleer voordeelig voor den Souverein, voor den ganfchen Staat, en voor den armen onderdaan; geen van alle verliezen, maar zy alle winnen daar by.

3. De wet eischt willekeurige of buiten fpoonge fchaavergoedingen - voor verzuimen en misflagen, die onopzettelyk en zonder eenig boos voorneemen begaan zyn. Dikwils zyn deswegens boeten vastgefteld, die veel te zwaar zyn. en geheel en al ongeevenredigd aan de begaane misflagen of verzuimen: indien ö Gg a nu

Sluiten