Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOANNES. XVI. 327

myook, als den zodanigen, door uwe prediking allerwegen bekend maken. Dit zal grotelyks dienen tot mijne verheerlyking: want hy fal 't gene Hy u zal leren, uyt den fchat van mijne wijsheid, als een gezant, welken ik heb afgevaerdigd, het mijne nemen, ende fal 't u verkondigen. Ik, befchouwd in mijn perfoon, Middelaerswerk en heerlykheid, zal dat grote voorwerp uitmaken, waaromtrent het onderwijs van den Heiligen Geest verkeeren zal, en derhalven zal zijn werk ter mijner verheerlyking uitlopen.

15. Qi) Al wat de Vader heeft, is mijne: daerom hebbe ick gefegt, dat hy 't uyt het mijne fal nemen, ende u verkondigen.

Al vaat de Vader heeft is het mijne. — Deze uitfpraek kan men tweezins opvatten. De Vader bezit het onafhangelyk Godlyk wezen in zich zei ven, en beftaet uit kracht van zijn eigen wezen noodzakelyk. Hierin is de Zoon den Vader volkomen gelijk , vergel. Kap. V: 26. Dan deze grote Verborgenheid fchijnt hier niet zo zeer bedoeld te worden. — Men kan de uitdrukking ook betrekkelyk het werk der genade opvatten, en dan is des Heilands mening deze: „al wat de Vader als de bronwel van alle genade „ heeft, is het mijne, alles wat de Vader in de genade ver-

richt, dat werk ik ook, door het zelvde Alvermogen, ,, als God bezit ik, met den Vader, dezelvde oneindige heer,, lykheid, en als Middelaer, is my gegeven alle macht in j, hemel en op aerde."

„ Daerom nu, omdat al wat de Vader heeft het mijne is , », heb ik gezegd, dat hy, de Geest der waerheid namelyk, „ uit het mijne zal nemen, en u verkondigen als mijn gezant; „ gelijk ik de gezant van den Vader ben. De Vader, » Ik, en de Heilige Geest, zijn deelgenoten van het zelvde „ oneindig Godlyk wezen. Maer elk van ons beftaet en „ werkt op eene onderfcheidene wijs. Dit is de grond, „ dat Ik de gezant ben van den V-der r en dat de Heiligs „ Geest mijn gezant is,"

(i) Joh. 17: 10.

XX. DEEL. X 4

Sluiten