Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g§8 JOANNES. XVI.

Vs. rtf - 33. vseft de HHand eenen troostgrond aen, die recht gefchiitt was naer hunne tegenwoordige omftandigheden. Hy verzekert zijnen Apostelen, dat Hy niet voor altoos henen ging , maer dat Hy zou wederkomen, en door lijden in zijne heerlykheid ingaen. ft. Deze zaek wordt in het algemeen voorgefteld, vs. 16, en %\. In de byz<mderhedi,n nader uitgebreid, vs. 17-33.

l6. De Heiland had reedi meermalen gefproken van zijn lijden, dood, opftanding en verhoging, byzonder ook in <jeze laetfte reden voering, Kap. XIV: 2, 3, 4, 18, 19» IS, 28, 30. Kap. XVI: 5, 7, 10. Maer, om de onvatbaetheid en vooroordeelen der Discipelen te keer te gaen, óórdeelde Hy het nodig, daervan al wederom te fpreken. £venwel zeide Hy nog iets meer, dan Hy te voren gedaen had, namelyk dat zijn vertrek zeer kort voor de dtur ware. (z) Eenen kleynen [tijt] was het, ende gy en fult iny niet fien. Gy hebt nu mijne tegenwoordigheid en verkeering eenen geruimen tijd mogen genieten, maer binnen zeer kórten tijd, zult gy van mijne lichamelyke tegenwoordigheid ten eenemael verftoken worden. Er zal eerlang {ene icheiding komen tusfchen u en my ; dan zult gy my ïiiet meer zien. Masr evenwel deze feheiding zal maer voor eenen korten tijd wezen; ende wederom, eenen kleynen [tijt], ende gy fult my fien, na mijne opftanding, zal ik wederom tot u komen, edoch flechts voor eenen korten tijd van eenige weinige dagen : want ick gae henen tot den Vader, en zal my, door eene zegap falende hemel vaert, in het bezit ftellen van eene onuitfpreekbare heerlykheid.

Het voorftel van den Heiland is hier zeer kort, afgebroken en zinrijk. —- Wy hebben daerom, in beide de uitfprakon, de bepaling van eenen kleinen tijd betrekkelyk gemaekt 5 fet> tos den tijd wanneer, als hoe lang het zien en niet zien toren zoude,

u

; \l) Joh, !},

Sluiten