Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. xxizj

lïien. m^mmm orïgenes daerentegen hield lucius van Cyrenen, voor denzeivden perfoon met lugas, den Schrijver van het Euangelie, en van dit Boek (g).

lucas was derhalven dezelve met lucius van Cy renen, welken wy Hand. XIII: i. ontmoeten; en dit fchijnt de reden te zijn, dat men in zijne beide boeken, eenige fpreekwijzen vind, welke by andere Griekfcha Schrijveren niet voorkomen; zullende deze aen den inwoneren van Cyrene eigen, en in andere landen niet gebruikelyk geweest zijn (h).

Dat nu lucas die het Euangelie, het welk op zijnen naem gaet, heeft opgeftelt; de Schrijver zy van de handelingen der apostelen , heefc geen betoog nodig. Daer aen is nimmer getwijlfelt. Dit boek is blijkens de voorreden, een vervolg van het Euangelie , ook is het, aen denzelvden theophilus opgedragen.

Over dezen theophilus hebben wy, in onze inleiding tot het Euangelie , breedvoerig gehandeld , en , na de verfchillende gevoelens onderzocht te hebben , verklaert niet te weten , wie theophilus geweest zy. ——- Alleenlyk kwam het ons vermoedelyk voor, dat theophilus veel van jesus, zijne leer en daden gehoord hebbende; zijn verlangen aen lucas hebbe te kennen gegeven, om

(g) Comment. ad Rom. XVI..

(&) heum-an. Over het N. T. VI Deel. p. &

XXI. deel. [B 4] .

Sluiten