Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HANDELINGEN. XIX. 3C9

kwaemheden. Er flraelt eene wijze voorzichtigheid door in zijne redenvoering. Hy brengt de woeste menigte met befcheidenheid onder het oog, dat hun gefchreeuw, waerdoor zy de ganfche Stad in rep en roer fielden, geheel onnodig en ontijdig ware; dat paulus en zijn metgezellen zich aen geen openbaer misdrijv hadden fchuldig gemaekt; dat de zaek in alle gevallen, zo 'er iets ten hunnen laste was, gerichtelyk moest onderzocht worden; en dat zy zich, door zulke oproerige bewegingen, aen de ftraffen der Romeinen zouden blootflellen.

Hy bracht hun onder het oog, dat hun gefchreeuw geheeï onnodig en ontijdig ware, zeggende, gy mannen van Ephefen, wat mensch is 'er toch die niet weet, dat de Stad der Epheferen. Zy de Kerkbewaerfter van de grote Godinne Diana, ende van het

beeld, het welk uit den hemel gevallen is Te Ephefe was

de allerprachtigfte en meest vermaerde Tempel van Diana; in zo ver was die Stad de Kerkbewaerfter van die zogenaemde grote Godin. Ook was 'er te Ephefus een beeld van Diana, het welk, naer het zeggen van de Priesteren , uit den hemel gevallen was, en in haren Tempel bewaerd werd. De Heidenen vertoonden , gelijk hier, vele afgodsbeelden, van welke zy voorgaven, dat zy niet door menfchen handen gemaekt, maer uit den hemel gevallen waren.

36. Dewijle dan defe dingen, vervolgde de achtbare Magiflraetsperfoon, onwederfprekelick zijn , en door niemand in twijffel getrokken worden, f0 is 't behoorlick dat gy ftille zijt, ende niet onbedachts en doet. Het woest gefchreeuw, Groot is de Diana der Epheferen, is derhalven onnodig en ontijdig. Hy voegde 'er by, dat Paulus en zijne metgezellen zich aen geen openbaer misdrijv hadden fchuldig gemaekt.

37. Want gy hebt defe mannen, die de voorwerpen zijn van uwe woede, [hier], als flrafbare kwaeddoeners gebracht , die noch kerck-roovers en zijn , noch uwe godinne en lafteren ; zo 'er voor het overige iets, ten hunnen laste is, moet de zaek gerichtelyk onderzocht worden.

?8. Indien dan nu Demetrius, ende die met hem XXI. deel. Aa

Sluiten