is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMEINEN. XII. 249

Gemeente , op onderfcheidene wijzen, te dienen, vergel. I Cor. IV: 10, 11.

De Apostel fpreekt meer byzonder, van het aenleggen der prophetie, het zy die leert, in het leeren, het zy die vermaent, in het vermanen. — Het zy die leert, in het leeren, dat is; „ een Propheet, die de gaven en vermogens, welken „ hy boven anderen ontvangen heeft, hefteed, om zijne i„ mede Christenen, die minder geoeffend zijn, te onder„ wijzen, moet niet verwaend zijn, op zijne kennis, en „ zich geen gezach, over het oordeel en het geweten van „ anderen, aenmatigen, maer alles, wat hy bezit, aen den „ Heer dank weten; hy moet , met alle vrieudelykheid, „ zachtmoedigheid, en toegevenheid onderwijzen, en, naer„ de mate der gaven, welke hy ontvangen heeft, aen het ,, algemeen belang der Gemeente, op de beste wijs dienst„ baer wezen." — Het zy die vermaent, in het vermanen, dat is: „ die zijne gaven befteed, om menfchen, tot het be„ trachten van hunnen plicht, met allen ernst op te wek„ ken, moet ook daerin, naer behoren, tot welzijn der „ Gemeente, bezig zijn; hy moet niet hoogmoedig, beers„ zuchtig, of eigenzinnig zijn, maer zijnen ernftigen aen„ drang, met ootmoed en befcheidenheid, paren; hy moet „ niet zijne eigene eer bedoelen, maer de eer van God en „ het heil der menfchen."

Tot de bediening brengt de Apostel het uitdelen, voorjïaen, en barmhartigheid doen. — Die uitdeelt fchijnt, voor het mest, zulk een te zijn, wiens werk het was, de lievdegaven in te zamelen en uit te deelen. Hy moet uitdeelen, in eenvoudigheid, zonder dat hy, in dit geval, uit verkeerde beginfelen , of met flinkfche bedoelingen , te werk gae; hy moet elk onpartijdig bedeelen , zonder aenneming des perfoons, overëenkomftig den nood der behoevtigen, en, op alle wijzen» in dit ambt, aen het algemeen belang der Gemeente, byzonder der armen, dienstbaer zijn. — Die een voorfiander is. Onder deze benaming fchijnen zulke perfonen bedoeld te worden, die eenig opzicht hebben, over de Geïneente, vergel. 1 Thefl". V: 12. zulk een moet het zijn, in Tiaerstigheid; hy möet zijn hart, op zijne bediening zetten,

XXII. DEEL. Q. 5