Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s2q I. CORINf H Ë tf. r.

f/i Wijders met opzicht tót de menfchen, dit zalig borden i vs. 26-31.

f. Zy hellen niets van zich zeiven, vs. 25 20.

2.6. Want, o? immers, gy fiet dit zelvs, dat menfchelyke wijsheid en pogingen niets vermogen, dat gy niets zijt of hebt van u zeiven, in uwe eigene roeping en overbrenging tot het geloov in christus , mijne gelievde broeder?. Gy weet het zelvs, (d) dat [gy] niet vele wijfe [ëfi Zijt j nae den vleefche, en den uitwendigen toeftand haer de waereld, niet vele machtigen in rijkdommen en goederen van den tijd, niet vele edele, van eene aenzienlyki geooorte; en, fchoon 'er, onder dë Christenen ih uwe ftad, eenige wezen mogen, die uitmunten, in waereldfche wijsheid, die grote rijkdommen bezitten, en van eene edele afkomst zijn, verre weg de meeste evenwel, zijn ongeoefende; onvermogende en onaerizierilyke lieden.

27. Maer het dwafe dér werelt, zulke liè'den, dié, by waereldsgezinde menfchen, voor dwaze en onwetende, geacht worden, heeft Godt uytverkoren, om hén, doof de prediking van het Euangelie, zalig te maken, vefgel. U 21, op dat hy de wijfe befchamen foude, en openbaer maken, dat het gene thans, voor wijsheid gehouden wordt, van geen gewicht of vermogen zy, om menfchen wezenlyK gelukkig te maken , ende het fwacke der wereld, merifchen, dis onvermogende zijn, en gene rijkdommen bezitten; heeft Godt uytverkoren, om hen, door de prediking van het Euangelie, tot het geloov en de zaligheid te bren: gen, pp dat hy het ftercke foude befchamen, en openbaer maken, dat de machtigen, vergel. vs. 26, door hunne aerdfche fchatten, wezenlyk gelukkig leven kunnen.

28. Ende het onedele der werelt, ende het verachte, lieden, die, by de wereld, om hunne onaenzienlyke afkomst, veracht worden, heeft Godt uytverkoren, ende het gene met en is, lieden, die niet waerdig fchenen,

tint

(*) Joh. 7: 48. Jac. ï: 5,

Sluiten