Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E P H E S E N. V. 333

van haer, die zich aen de wellust breideloos overgeven,' gefchiet, is fchandelick oock te feggen; zo dat men zich fchamen moet, om, van die vuile ontuchtigheden, te fpreken.

13. (k) Maer alle defe dingen, van het licht beftrafc zijnde, worden openbaer. Want al dat openbaer maeckt, is licht.

De Apostel antwoord hier op eene bedenking , welks men tegen zijne vermaning , om de werken der duisternis te beftraffen vs. 1, zou kunnen inbrengen.

Die bedenking wordt vs. 1, 2 voorgeftëld. Zy was deze : hoe zullen wy de onvruchtbare werken der duisternis beftraffen ? die ontuchtigheden zijn menigmalen zo fnood ea grouwzaem, dat een weldenkend Christen zich zelvs fchamen moet, om 'er van te fpreken. Die bedenking lost de Apostel op vs. 13, door aen te merken, dat men eene ondeugd , om 'er eenen anderen van af te fchrikken, in alle hare fchandelykheid moet voordellen. — De zaek zal duidelijker worden, wanneer wy de woorden van vs, 13, dus vertalen: alles , wat namelyk ondeugend is , zal het recht leftraft worden, moet door het licht openbaer gemaekt worden, het lieht toch maekt alles openbaer. De zakelyke zin is derhalven , met een kort woord deze: „ men moet daerom de „ ondeugden niet onbeftraft laten, om dat zy zo verfoeilyk „ zijn, dat een Christen zich fchamen zou, om 'er van te „ fpreken; zal men iemand beftraffen , dan moet juist het „ verfoeilyke van zijn wangedrag , in het daglicht gefteld „ worden; het licht immers vertoont de zaken, in hare wa„ re gedaente , en daerom moeten zulke ondeugden , niet „ in de duisternis gefmoord, maer in het licht gefteld „ worden."

14. Daerom vermits het licht, de zaken in hare ware gedaente voorftelt, en dé ontuchtigheden der blinde Heidenen allergrouwzaemst zijn, in haren eigenen aert, fegt hy, (/) Ontwaeckt gy die flaept, ende ftaet op uyt dei* dooden, ende Chriftus fal over u lichten.

C*) Joh. 3. 20, 21. CO R<™>' 13* «• ïTheff, 5: 6". XXIII. DEEL

Sluiten