is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. THESSALONICENSEN. V. <5r

hem te beveiligen, tegen alle gevaren, zo dat hy de toekomst des Heeren, met blijdfchap, te gemoet zie.

Het borstwapen des geloovs en der lievde. — Het geloov beveiligt eenen Christen, dat hy niet vervoerd worde, door allerleien wind der lere, of door de redeneering van het vleefchelyk verftand. Het geloov reinigt het hart, overwint de waereld, en is de vruchtbare moeder van allerlei deugden. Het wordt daerom eigenaertig aengemerkt, als een borstwapen. — De lievde wordt 'er bygevoegd, om dat het geloov werkzaem is, in de lievde, en , zonder dezelve, niet beftaen kan. Deze, daer zy de vervulling is der ganfche wet, is het beste behoedmiddel, tegen alle befmetting der zonde, en de echte bron, waer uit alle deugd en godzaligheid voortvloeit. Zy wordt daerom eigenaertig voorgefteld , onder de zinneprent van een borstwapen.

De hoop der zaligheid, de gegronde verwachting der heerlykheid van het volgend leven, welke, uit het geloov, aen de Goddelyke belovten, voortvloeit, en, door de lievde, verlevendigd wordt , zo dat een Christen , op de dingen der waereld, genen hogeren prijs ftelle, dan zy verdienen, alle wederwaerdigheden van dit leven gering achte, alle verdrukkingen, en, zo het nood is, den dood zeiven, gemoedigd ondergae, en, wat hem ook bejegene, met een opgeftoken hoofd, met blijdfchap en verlangen, de toekomst des Heeren , te gemoet zie ; deze hoop der zaligheid wordt daerom zeer gepast, onder de zinneprent van eenen helm, voorgefteld.

Een Christen, die zo is toegerust, loopt geen gevaer, dat hy zich, tot zorgloosheid, of aerdsgezindheid, zal laten vervoeren.

9. Want Godt, die, in zijnen eeuwigen raed, alle gebeurtenisfen vastgeftelt, en ook wijze bepalingen gemaekt heeft, omtrent het onderfcheiden'lot der menfchen, in het volgend leven, en heeft ons niet geftelt tot toorne, om ons in het ongeloov, te laten verharden, wanneer Gods toorn op ons blijven zoude; (verg. Joh. III: 36,) maer tot verkrijginge der faligheyt. Hy heeft bepaelt, dat Hy ons het heilrijk Euangelie zou laten voorftellen, ons de £«■

XXIV. DEEL.