Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 I. PETRUS. IU.

Immers hy fpreekt van vrouwen , welke mede - ervgenamen der genade des levens zijn.

In het algemeen beveelt de Apostel den Christenen, by hunne vrouwen te wonen, met verfiand, dat is, met wijsheid en voorzichtigheid, omtrent haer te verkeeren. Dit moet vooral betoond worden, in eene befcheidene, zachte, en Iievderijke behandeling van de vrouw, op dat haer gezach in het buisgezin, bewaerd worde.

Meer byzonder wordt 'er bygevoegd , dat de mannen, aen

het vrouwelyk vat, als het zwak/Ie, eer geven moeten. 'Een

vat beteekent allerlei werktuig, en wordt ook, vooreenen mensch, genomen, (vergel. Hand. IX: 15. Rom. IX: 21, 22.) Maer de vrouw is het zwakjle vat , de zwakkere kunne j zijnde doorgaens niet begaevd, met zulke grote fterkte, als het gedacht der mannen, en, aen meerdere zwakheden,' onderhevig. Nu behandelt men vaten van een tederer maekfel, met meerdere zorgvuldigheid; even zo moeten ook de mannen, met hunne wijven, te werk gaen, zy moeten, aen de vrouwen, hare eer geven, dezelve niet verachtelyk behandelen, gene aenleiding geven, of toelaten, dat iemand van het huisgezin haer verfmade, maer haer alle toegenegenheid en achting bewijzen.

De Apostel bedient zich , van eene tweeërlei drangreden. — Voor eerst om dat de vrouwen , even zeer by God begunftigd worden, als de mannen, wanneer zy beide geloven: als die ook mede-ervgenamen der genade des levens met haer zijt. De genade des levens zegt , volgens den Hebreeuwfchen fpreektrant, zo veel, als het leven, het welk eene genadegivt van God is; de zaligheid namelyk, welke hier begint, en in de eeuwige heerlykheid , voltrokken wordt. Van dit leven waren de gelovige vrouwen zo wel ervgenamen', bezitters en deelgenoten, als de gelovige mans, naerdien alle' de gelovigen één zijn in ciiuistus , zonder eenige onderfcheiding; (vergel. Gal. III: 28.) derhalven itonden gelovige mannen en vrouwen, by God, gelijk, en daerom moesten ook de eerfte, aen de laetfte, de verfchuldigde eer geven.— Ten anderen zou God zijn ongenoegen betonen, over eenen

man,

Sluiten