is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van JOANNES. VI. 2«5

ïende de eerfte helvt der derde Eeuw, in het Romeinfche Rijk, geregeert; caracalla , met zijnen broeder geta , mac rinu's, heliogabalus, alexakder severus, maximinus met Zijne mede-heerfchers, gordianus, philippus de Arabier, en

j,ECIüS. Het karakter en de hoedaenigheeden van alle deefe

Vorsten te befchrijven, zou al te omflachtig weezen. AIleenlyk zullen wy ons bepaelen, tot de zulken, die der zaek van het Christendom meer of min voordeelig geweest zijn.

„ caracalla, de zoon van severus, in den jaere 211 tot "„ Keizer uitgeroepen , heeft, geduurende zijne zesjaerige Redering, zelve de Christenen niet verdrukt, noch toegelasten,' dat anderen hen wreed of onrechtvaerdig behandelden, heliogabalus desgelyks, fchoon, in andere l opzichten, de fnoodfte aller Vorsten, en, misfchien, de i haetelykfte aller ftervelingen, bejeegende de belijders van " jesus naem, met geere bitterheid of afgunst. Zijn opvol,\ ger alexander severus, een Vorst uitfteekend, door de luisterrijkfte en treflykfte deugden, deedt wel de wetten, tegen de Christenen vastgefteld, niet intrekken, en dit is de° oorzaek, dat wy eenige voorbeelden van Marteldood, * onder zijne Regeering, aentreffen; maer niet te min gaet het vast, dat hy, op veelerlei wijfen, en by elke gelee„ genheid, die hem voorkwam, den Christenen de ontwijftelbaerfte blijken gav van goedertierenheid en gunst: ja, men zegt, dat hy zo verre kwam, om zeekere eerbewijzingen, aen den Goddelyken Infteller van onfen Godsdienst, toe „ te brergen " (q).

Dan, by deefen Keizer alexander severus, willen wy ons wat naeder bepaelen. — Er is, die vermoeden, dat hy heimelyk belydenis van het Christendom, maer by den aenhang der Gnostieken, gedaen hebbe (r). Zo veel is zeeker, dat hem het zeggen van den Heiland, het geene gy niet wilt dat u gefchiede, doet het eenen anderen niet, zeer gemeenzaem geweest zy (V), en dat hy den Christenen, zelvs ten aenzien

fa") mosheim 1. c. v W> 8.5** ,T „, ,„

CO p- J- JAW-oNSKi m Sfi/eelt, Litf. Nov. Vol, IV. p. 56.

Cf) iampridius in ejus yita c. 52.

XXVI. deel. R 5