Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

var joannes. vi. 341

Vermits het Rijk, ter dier tijd, van alle kanten, in het Oosten en Westen , benaeuwd werdt, oordeelde hy eenen deelgenoot der regeeving noodig te hebben , om het zelve te verdeedigen. Hy nam daerom , geene kinderen hebbende , maximianus, die den toenaem heeft van herculeus , tot Rijks, genoot aen,en vereerde hem,met den tijtel van Augustus.— De beide Keizers behaelden wel aenmerklyke overwinningen, op de Gaulen, Germaniers, en andere Barbaerfche volken, maer met dit alles, was het Rijk, in 't jaer 292, in groot gevaer , zo door binnenlanfche , als buitenlandfche vyander. diocletianus en maximianus herculeus beflooten daerom, elk eenen Ccejar te benoemen , die hen, in de Regeering, opvolgen, en te gelijk met hen, het Keizerrijk, tegen alle geweld, zo van binnen als van buiten, befchermen zouden. diocletianus verkoos galerius maximtanus , en de keus van maximianus herculeus viel , op constantius chlorus. — De eerfte galerius maximianus was een Dacièr van zeer geringe af koomst, die geene andere verdienfte had, dan alleen van onfchrokken dapperheid. De ander constantius chlo: rus was een kleinzoon van den Keizer claudius II, uit de dochter van deefen gebooren.

Om nu de banden, tusfchen deefe vier deelgenooten van het Rijk, des te vaster te leggen, werdt men te raede, dat de beHe oesars hunne vrouwen zouden wech zenden, om zich , door bloedverfchap, naeder te verbinden, galerius maximianus trouwde valeria, de dochter van diocletianus en constantius chlorus kreeg thoödora , de fchoondochter van maximianus herculeus ter vrouwe.

Wijders werdt het Rijk, in vieren, verdeeld, maximianus herculeus kreeg Italien en Africa, met de nabuurige eilanden; oalerius kreeg Thracien en lUyrieum ; aen constanties chlorus vielen Gallien , Brittannien en Spanjen ten deele ; het overige behield diocletianus voor zich. — Evenwel bleev diocletianus in zo verre de eerfte en opperfte, als de overige drie hem eene byzondere achting beweefen, zich aen hem grootelyks verplicht reekenden, wegens de macht, welke zy bezaeten , en hem, als hunnen gemeenen Vader, eerbiedigden. — Deefe verdeeiing van het Rijk had groote xxvi. DEEL. y 3

Sluiten