Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soo OPENBARING

trant, groote en voortreftelyke cithers, maer ook fpeeltuïgen, gefchikt, om God te looven (d).

Waer heeft nu de Apostel deefe citherfpeelers gezien ? De Hoogleeraer vitbinga befluit, uit het vervolg van dit gezicht vs. s-8, dat zy zich vertoont hebben, „ in het voorhov van „ den Tempel, alwaer de Priesters en Levieten hunnen dienst „ waernaemen, voor het Heiligdom, wiens vloer van dezelve „ gedaente was (als de glaefen zee") (e). Maer de Tempel, welken joannes vervolgens zag, was in den hemel, (verg. vs. 5,) en hy hoorde de Citherfpeelers zo duidelyk, dat hy hun lied , van woord tot woord , verftaen konde, (vergel. vs. 3,4.) 2onder dat zy een buitengewoon zwaer geluid maekten, gelijk de voorige Citherfpeelers, (verg. Kap. XIV: 2 , 3.) Wy zouden daerom denken, dat zich deefe Citherfpeelers, ftaende, op den kuuftig ingelegden vloer, meede in den luchthemel vertoont hebben.

3. Ende fy fongen , terwijl zy , op hunne cithers, fpeelden , het gefangh Mofes des dienilknechts Godts, ende het gefangh des Lams, feggende: (c) Groot ende wonderhck zijn uwe wercken, Heere, gy almachtige Godt: (d) rechtveerdigh ende waerachtigh zyn uwe wegen, gy Koningh der heyligen

4. (e) Wie en foude u niet vreefen, Heere, ende uwen name {niet] verhetrlicken ? want gy zijt alleen heyligh : want alle volckeren fullen komen , ende voor u aenbidden : want uwe oordeelen zijn openbaer geworden.

Zy zongen het gezang van mose den dienstknecht van God, en het gezang des lams. —, mose heet hier de dienstknecht van God, om dat hy, van God, tot een groot werk, gezonden was, en zich daerin zeer Ioffelyk gedraegen heeft, (verg. Exod. XIV: 31. Hebr. Hl: 2) — Het gezang van mose is zoortgelyk een danklied, als mose gedicht, en, ter eere van den Allerhoogften, met de Israëliërs, gezongen heeft, na

den

(d) VITRINGA 1. C. p. 368. O) I. C. p. 357.

Cc) Pf. m, a. ende iSi>; 14. (d) Pf. 145! 17. (e) Jer. 10: 7.

Sluiten