Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4<*4 OPENBARING

zal worden aengenoomen. „ De op. „ ftanding der Martelaeren, (zegt de Hoogleeraer vitkinga) „ is zinbeeldig „ en oneigenlyk , voor zo verre zy „ openlyk zullen gerechtvaerdigd, en „ verdeedigd worden, tegen alle las„ teringen, welke hunnen goeden

„ naem bezwalkt hadden; dus zou

i, die zinbeeldige opftanding een voor„ recht der Bloedgetuigen zijn, en der „ voortreffelyke Kerkleeraeren, welker „ goede naem en werk, door de vy. „ anden , verduisterd was, en, in „ deefen tijd, zouden zy in hunnen ,, vollen dag gefteld en openlyk gepree„ fen worden; de Kerk zou, in dee„ fen tijd, hunnen naem zeegenen, „ en, uit de gefchiedfchrivten, doen „ herleeven, en haere gemeenfchap „ met dezelve, in het openbaer, be„ tuigen " (r). Maer bewijfen, voor deefe geheimzinnige verklaering, van welke elk het gedrongene en weinig beduidende aenftonds zal opmerken, heeft de groote Man niet bygebracht.

De Heer rosenmuller verwerpt meede den letterlyken zin, zonder eenig bewijs, voor de geheimzinnige uitlegging, op te geeven, zeggende een. vouwig: „ dit is zo niet te verftaen, „ als of die zelvde Godvruchtige Mar,, telaers •— herleeven zouden; maer „ op eene verbloemde wijs, en onder „ zeeker zinneprent, wordt de bloei„ ende ftaet der Christen Kerke afge„ maeld, welke zo groot zal zijn, als „ of

(O 1? p. Ga8, Gag.

Sluiten