Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N U M E R I XIX. 491

Het is ondertusfchen niet onaecnemelyk , dat deze asfche, door de verfcheiden Steden van Canaan , tot dagelyksch gebruik verdeeld zy.

10. Ende die de affche defer veerfe verfamelt heeft', fal fijne kleederen waiTchen, ende onreyn zijn tot aen den avont , zonder dat hy evenwel zijn vleesch zal behoeven te baden: Dit fal den kinderen lfraëls , ende den vreemdelingh, die in 't midden van hen als vreemdelingh verkeert, eiken Joodengenoot, die den waren Godsdienst omhelsd heeft, tot eene eeuwige infettinge zijn.

Deze inzetting hebben ook de Jooden beftendig waergenomen; zy berichten ons, dat 'er geduurende dien tijd, die van Mofe af, tot aen de verwoesting van den eersten Tempel, verioopen is maer ééne veerfe zoude verbrand zijn, doch onder den tw'eeden Tempel acht: dit komt evenwel vry bedenkelyk voor, dat 'er in een tijd van 800 jaren, van Mofe af tot aen Ezra toe, maer ééne veerfe zoude verbrand zijn, en 8 in de volgende 500 jaren. — Onder dit alles zijn de later Jooden zeer onkundig, omtrent de reden en bet oogmerk van deze inftelling, zeggende, dat Mofe maer alleen geweten hebbe, wat dezelve beduidde, doch dat, na hem, geen een mensch, zelfs Salomo niet, dereden daervan zoude begreepen hebben, en dat het ook niemand weten zal ,. voordat de Mesfias komt, om deze verborgenheid te verklaren. Dan 'er is geen twijffel aen, dat 'er, onder deze plechtigheid, een geestelyke zin verborgen ligge, waervan ftraks nader.

Vervolgens wijst de Heer het geval aen, in het welk men zich van dit water der ontzondiging bedienen moest.

11. (ti) Wie eenen dooden, te weten eenigh doot lichaem van een menfch, aenroert, het zy toevallig, het zy by noodzake, die fal feven dagen onreyn zijn , en geduurende al dien tijd niet tot het Heiligdom komen mogen, noch van de heilige dingen gebruik maken.

00 Num. 31: 19. Hagj. i: III. DEEL,

Sluiten