Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HIPPOCRATISMÜS.

HIPPOCRATISMÜS.

3059

weest van dat gewichtig gedeelte der Geneeskunde, 't welk de diëetifche of leefregelkundige genaamd wordt; zynde betrekkelyk tot de toediening van fpyzen , en de onthouding van dezelve in ziekten. Trib. lib. VI. deDicetd, Hb.deAlimento, de Hermidorum ufu, de falubri Dicetd, de viüu acutorum. Hy beweert in zyne werken over dit onderwerp, dat de eetregel van zo groot aanbelang is, zo wel in den ftaat van gezondheid, als in ziekten, dat men, zonder dit middel, noch zyne gezondheid bewaareu, noch dezelve herftellen kan, in.voegen hy daar van in zyne praktyk deszelvs voornaamfte geneesmiddel maakte, en dikwils was zulks het eenigfte dat hy gebruikte, voor al wanneer de zieke eene goede lighaamsgefteldheid had, en zyne kragtenzulks konden uithouden; hier op was hy ook even oplettend in de verkiezing van den eetregel, als by het onderzoek van de gefteldheid waar in de zieke zich bevond. En in de daad, men erkend in alles wat hy ons hier omtrent, maar in 't byzonder met opzicht tot de hevige en fcherpe ziekten, in de zo even opgenoemde boeken nagelaaten heeft, de groote meester en de doorkundige Arts.

De Ontleedkunde begon in zynen tyd ter befpiegeling aangekweekt te worden; hy gaf zich over aan dezelve, als aan eene weetenfchap, die hy in de beoeffening der Geneeskunde niet flegts nuttig, maar zelvs noodzaaklyk, oirdeelde, en leert ons zulks in verfcheidene verhandelingen, welke totdat gedeelte zyner kunst behooren. Zie Lib. VI. deCorde, de Osfiumnatura, deVenis, de Humoribus, de Geniturd, de Pr in* cipiis & Camibus, de Glandulis, de Naturd hummd. Het blykt zelvs uit verfcheiden'plaatzen van eenige zyner andere werken , als de Aihnento, delnfomniis, de Flatibus, volgens de uitlegging welke fommige hedendaagfche Schryvers, en onder anderen Drelincourt daar van gegeeven hebben, dat hy de zeer beroemde ontdekking van de omloop des bloeds voorzien heeft, welke egter niet dan na verloop van een groot aantal eeuwen na zyne dood, ten vollen beweezen is.

Hy was zeer handig in de beóeftening der Pleelkunde, waar van het fchynt dat hy alle Operatiën, behalven die der Steenfnyding, met weinig minder, ja misfehien met even zo veel oirdeel verricht heeft, als onze beroemdfte hedendaagfche Heelmeesters. Men kan wegens de kundigheden die hem eigen waren, en welke hy in dit vak uitgeoefFend heeft, oirdeelen uit zodaanige zyner werken, welke daar op eenige betrekking hebben, als Lib. VI. de Articulis, deFraElw ris, de Fistulis, de Vulneribus capitis, de Chirurgie officind. Hy geeft ook voor 't overige, in byna alie zyne fchriften, wanneer de gelegenheid zich daar toe opdoet, de duidelykfte bewyzen van zyne kunde en bekwaamheden in deeze aangelegene weetenfchap.

DeMateria Medica, zo als dezelve toen in gebruik was by de Cnidiers, die eene tak uitmaakte van de ftam der Alclepiaden; is in zyn tyd ongemeen fterk vermeerdert. Het aantal van Geneesmiddelen was dienvolgens zeer veel toegenomen, ten einde deeze aan alle onderfcheiden gevallen beantwoorden konden: het fchynt met dat alles zeker, dat Hippocrates, zo wy uit zyne fchriften de Virginium morbis, de morbisMulierum, en de Sterilibus zullen oirdeelen, alleen gebruik maakte van zeer weinige, en wef van de eenvoudigfte geneesmiddelen. De grootfte hoeveelheid

en de meeste verfcheidenheid derzelven, werden van hem in de ziekten der Vrouwen voorgefchreeven, by welke, gelyk eenieder weet, de aanwyzingen merkelyk verfchillen, dikwils in groot getal voorkomen; en zeer moeijelyk waar te neemen zyn. Wy vinden nergens de minfte blyken, dat die groote Man zich ooit bediend hebbe van het een of ander fpecifiek middel, maar alle hulpmiddelen die hy in de behandeling der ziekten gebruikte, waren openbaare en bekende? zaaken.

Hy vestigde eene byzondere aandacht op het beftudeeren der Natuurkunde, ten einde zich in ftaat te ftellen, om wel te oirdeelen over de uitwerkingen, welke de zogenaamde onnatuurlyke zaaken, door hen gebruik of misbruik van dezelven, op het menfchelyk Iighaam kunnen voortbrengen. Hier door had hy zodaanige uitgebreide kennis verkreegen wegens den aart der ziekten, dathy derzelver oirzaaken niet flegts ontdekken, maar ook zelv' voorzeggen kon, en dienvolgens, uit hoofde van zyn gedaan onderzoek, deszelvs waarneemingen over den invloed der onderfcheiden jaargetyden , der onderfcheiden getemperdheid deilucht onder de verfchillende luchtftreeken, over de eigenfchappen der heerfchende winden, der volfttekte en betrekkelyke liggingen der woonplaatzen, der verfchillende aart van het water, der fpyzen enz. en ook dienvolgens zyne behandelingen, naar maate van dezelve, met een verwonderlyken uitflag inrichte, of tot bewaaring der gezondheid zyne raadgeevingen uitdeelde, als blykt uit zyne Lib. Fl. de Aëre, Locis £f Aquis, Lib. de Alimento. Het was derhalven , uithoofde van de kundigheden welke hy in dit vak verkreegen had, dat hy de ziektens, die in een land heerfchen moesten, voorzien, de foort daar van bepaaIen, en de perfoonen van zeker temperament aanwyzen konde, die daar van veeleer dan anderen moesten aangevallen worden: hier door had hy onder anderen ook de Pest te vooren aangekondigt, welke zich van de kant van Illyriën openbaarde, en geheel Grieken' land deerlyk teisterde; by welke gelegenheid hy aan zyn vaderland de uitneeraendfte dienften bewees, en, tot dankbaarheid, dezelvde eerbewyzingen als Hercules daar van ontving.

Hy heeft ook eerst van allen gebruik gemaakt van de Mathefis, tot verklaaring van de verfchynzelen des dierlyken lighaams, welke, zonder dat middel, allermoeijelykst te begrypen zyn: hy beval de ftudie van dezelve aan zynen zoon Thessalus, zie de Epistola HippcaratisadThesfalumfilium; als zynde zeer dienftig. ten einde genoegzaame kennis te verkrygen nopens de evenredigheid .der kragten en beweegingen, welke, in den ftaat van gezondheid, het even wigt uitmaak en tusfehen de vaste deelen en de vogten, en uit welker verwarring de meeste ziektens voortkomen: men vindt deeze manier van denken van onzen Autheur aangeweezen, in verfcheiden' plaatzen van zyne werken., als Lib. VI. de Flatib.deDitïa, deNaturaSommis, enz. Hy fchynt ook een voordeelig denkbeeld gehad te hebben nopens de Astronomie, en dezelve als eene weetenfchap, die voor eenen Arts nuttig was, befchouwd te hebben.

Plet leerftelzel van de Aantrekking, is hem insgelyks niet onbekend geweest: hy fchynt het zelve uit de Wysbegeerte van Democrites ontleend en aacgenoD 2 . men

Sluiten