Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3S44 INQUISITIE van 'STAAT.

zal bezwalken, en de verontwaardiging aan die volkeren op den hals laaden, welke als nog deeze haatelyke inrichting zouden willen aanneemen.

Die omdandiger befchryving van de inftelling, handelwyze, rechtsplegingen enz. der Inquifitie verlangt, die raadpleege het uitmuntend werk, getytelt: Naauwkeurige befchryving der uitwendige Godsdienst-plichten, Kerkzeden en Gewoontens van alle Volkeren der werelt, II. Deel, bladz. 187-324- 0°k vindt men in de Verdeediging van den Meer Archibald Bower, een om fiandig bericht van de vierfchaar der Inquifitie te Maceratu, en van de grujvelyke handelingen die dit verfoeijelyke Gerechtshof met den ongelukkigen Graav Vincenzo Della Torre, uit een' doorluchtig geflacht in Duitschland gefprooten , en die zeer aanzienlyke goederen bezat, heeft gehouden; zyne misdaad be-ftond enkel daar in, dat hy op zekeren dag met iemant wandelende, twee Capucyner monnikken ontmoette; 't welk aan den Graav toen zy voorby gegaan ■waren, aan zyn medgezel deed zeggen: „ welke zot„ ten zyn dat, die denken, dat ze den Hemel zullen .„ winnen met een haairen kleed te draagen, en barvoets te gaan! zy zyn waarlyk zot, als ze dat den„ ken, of dat 'er eenige verdiende fleekt, in zich „ zeiven te kwellen en te pynigen: waarom leeven „ ze niet gelyk wy doen? zy zouden 'er niet een oo„ genbiik laater om in den hemel komen." Dit zeggen wierd aangebracht, den armen Graav by nacht uit de armen zyner Jonge echtgenoote gerukt, naar den kerker van de Inquifitie gevoerdj en dood gepynigt, waar na alle zyn' goederen wierden verbeurt verklaart, en aan zyne jonge weduwe flegts een gering jaargeld overgelaaten. Zie Verdeediging van den Heere A. Bower, bladz. 11-26.

INQUISITIE van STAAT is de naam welke eene Rechtbank te Venetiën voert, wel de affchuwe. ïykfte, eigendunkelykfte en ontzachgelykfte, die 'er immer in een Gemeenebest is opgericht; zy wierd in het jaar 1501 ingedeld, en bedaat flegts uit drie Leden, allen genoomen uit den Raad van Tienen (zie dat Art.) : twee letterlyk uit de tien, en het derde uit de Raadsheeren des Opper-Kabinctsraads, die ook een gedeelte van dat Gerechtshof uitmaakt.

Deeze drie Perfoonen hebben de macht, om, zon» der eenige hoogere beroeping, te beflisfen over het leeven van eiken Burger, behoorende tot den Staat van Venetiën: de aanzienlykde Adel, de Doge zelvs is hier van niet uitgezonderd. Zy bewaaren de fleutels der busfe, waar in naamlooze berichten geworpen worden. De Berichters, die eene belooning verwagten, fnyden een klein dukje van hun ingeworpen papier af, 't welk zy naderhand aan den Inquifneur vertoonen, wanneer zy eene belooning eisfchen. —— Deeze drie Inquifiteurs hebben het recht om Verfpieders te gebruiken; op heimlyke verdandhouding af, geeven zy last tot het vatten van alle perfoonen, wier woorden of daaden hun drafwaardig voorkomen , en dellen ze vervolgens te recht. Indien zy alle drie van één gevoelen zyn, is 'er geene verdere omflag nodig: zy mogen bevel geeven, om den Gevangenen in den kerker te wurgen, in het kanaal Orfano te verdrinken, flilletjes by nacht op te hangen tusfchen de twee pylaaren , of eene opentlyke ftrafoeftening te doen ondergaan. En welke ook hun bsflisfing zy,

INQUISITIE van STAAT.

omtrent dat ftuk kan geen verder onderzoek gedajit worden; docb, wanneer ééne der drie van 't gevoelen zyner ambtgenooten verfchilt, moet de zaak voor de volle vergadering des Raads van Tienen komen.

Men zou zich natuurlyk verbeelden , dat de Gevangene dan grooten kans kreeg cm vrygefprooken te worden, dewyl het verfchil in gevoelen, tusfchen de drie Inquifiteurs, toont, dat de zaak ten minften twyffelachtig is; en in twyffelachtige zaaken, zou men het overflaan tot de zagtfte zyde verwagten ; maar deeze Rechtbank volgt andere grondregels, dan de zodaanigen die liever tien misdaadigen vryfpreeken dan eenen onfchuldigen veroirdeelen. 't Is hier eene regel, om in alle misdryven, die den Staat betreffen, op geringer vermoedens, dan in andere gevallen, af te gaan; en het eenigfte onderfcheid, 't welk men maakt tusfchen een volkomen beweezen misdryf, en een twyffelachtiger, beftaat daar in, dat, in het eerfte geval, de doodftraf op hellen dag gefchiedt, en, in het laatfte, heimlyk.

De Inquifiteurs van Staat hebben fleutels van alle ver. trekken in 't Hertoglyk Paleis, zy kunnen, vinden zy het goed, in de flaapkamer van den Doge gaan, zyn kabinet openen, en zyne papieren onderzoeken. Zy hebben ook toegang tot het huis van elk byzonder lid van den Staat. Zy blyven flegts één jaar in bediening, doch zyn naderhand niet verantwoordelyk voor 't gene zy, met die waardigheid bekleed, gedaan hebben.

Kan men zich verbeelden, dat men bedaard en gerust zou kunnen leeven in eene zelvde ftad, met drie Perfoonen, die de macht hadden, ons in eenen kerker te fluiten, en ter doodftraffe te doemen, wanneer het hen behaagt, zonder des eenigzints aanfpraakelyk te wezen?

Indien iemant, uit de karacters der Inquifiteuren van het eene jaar , niets te vreezen had , moet hy duchten, dat, in het volgende, Mannen van een zeer verfchillend karadter dien post kunnen beklee« den; en, fchoon hy overtuigd ware, dat de Inquifiteurs altoos gekoozen wierden uit Mannen van de bekendfte braafheid in den Staat, mogt hy nog vreezen voor de kwaadaartigheid der aanbrengeren en heimlyke vyanden: eene famen fpanning van deezen, kan de rechtvaardigde Rechters misleiden; inzonderheid daar de Befchuldigde, van zyne vrienden verwyderd, en alle bydand te zyner verdeediginge ontnoomen is: want, laat hy zo zeer overtuigd wezen van zyne onfchuld als met mooglykheid zyn kan, wie is borge, dat hy noch verdacht, noch befchuldigd zal worden: en hy kan geene zekerheid hebben , dat hy niet op de pynbank zal gebracht worden, om 't gebrek aan blykbaarheid goed te maaken: eindelyk hoewel iemant na^ tuurlyk zulk een kloekmoedig en rustig karacter bezate, dat hy geene ongerustheid gevoelde uit alle deeze bedenkingen, ten zynen eigen opzichte, hy zal dan nog moeten fchroomen voor zyne Kinderen en andere Bloedverwanten, over welken fommigen meer berzorgdheids hebben, dan over zich zei ven.

Dusdaanige overleggingen komen natuurlyk op ia het hart der genen, die gebooren zyn in een vry Land, en gewoon te leeven onder eene Regeeringe waar zulk een eigendunkelyk Gerechtshof geene plaats vindt: nogthands zien wy de Menfchen volkomen ge-

rust,

Sluiten