Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INSCRIPTIEN.

INSCRIPTIEN.

3540

merkwaardige of leerzaame gebeurtenisfen, te graveeren, Porphyrius fpreekt van Infcriptien, die in *t be» zit waren der Cretenfen, en waar in men de plechtigheden las betrekkelyk de offerhanden der Corybanten. Erhemerus had, volgens het verhaal van Lactantivs, zyne gefchiedenis van Jupiter en der overige Goden, uit de Infcriptien ontleend, welke in de tempels , en in 't byzonder in die van Jupiter Triphylius gevonden wierden. Ook verhaalt Plinius, dat de Sterrekundigen^e Babyion hunne waarneeroingen op gebakken fteenen fchreeven, en zich van harde en vaste lighaamen bedienden, ten einde de kunstverrichtingen op dezelve aan te tekenen. Aldus werdt mede door Aremnestus , de zoon van Pythagoras , volgens de verzekering van Porphyrus , een rood ko. peren plaat, waar op hy de beginzelen der weetenfchappen door hem beoeffend, gegraveerd had, aan den tempel van Juno toegewyd; dit gedenkteken, zegt Malchus, had twee elleboogen (of drie voeten) in diameter, en bevatte zevenderlei befchreeven weetenfchappen. Pythagoras zelve, leerde de wysbegeerte, naar het gevoelen van verfcheiden geleerden, uit de Infcriptien, welke in Egyptenland op marmeren kolommen gegraveerd waren. Hy zegt ook, in het gefprek van Plato, onder de naam van Htaparchas, dat de zoon van Pisistratus nuttige voorfchriften voor de landbouwers, op fteenen kolommen liet graveeren.

Numa, tweede Koning van Romen, fchreef de plechtigheden van zynen Godsdienst op eiken tafelen. Toen Tarquinius de wetten van Tullius herriep, liet hy van de markt alle tafelen wegneemen, waar op dezelve gefchreeven waren. Romulus gaf het eerfte voorbeeld van op foortgelyke tafelen, en ook fomtyds op kolommen, de traktaaten en alliantien te doen graveeren, als zynde zulks op zyn bevel met het traktaat gefchied, 't welk hy met de Veji gefloten had; Tullius deed desgelyks ten opzichte van zyn traktaat met deSabinen; en Tarquinius met dat, 't welk hy het geluk had met de Latynen tot ftand te brengen.

Onder de Keizers graveerde men de merkwaardigfte Staatszaaken op looden plaaten, die men vervolgens oprolde, en 'er dus een foort van boekdeelen van maakte. Het vredensverdrag tusfchen de Romeinen en de Jooden gefloten, wierd gefchreeven op koperen plaaten, op dat, zegt Plinius, dat volk iets in handen zoude hebben, 't welk hun herinnerde aan de

vrede die aan het zelve gefchonken was. ■• Titus

Ltvius verhaalt, dat Hannibal een altaar inwydde, waar op hy, in de Punifche en Griekfche taaien, de befchryving zyner gelukkige veldtochten liet graveeren.

Thucvdides maakt dikwils gewag van kolommen, welke in Griekenland gevonden wierden, als in devlaktens van Olintha, in de Isthmus, in Attica, te Athenen, in Laconien, in Apulien en elders, op welke de traktaaten van vrede en alliantie gegraveerd waren. De Mes-feniers in verfchil geraakt zynde met die van Sparta, over den tempel van Diana, brachten de oude verdeelingvan Peloponnefus, zo als dezelve tusfchen de afftammelingen van Hercules was vastgefteld, te voorfchyn, en beweezen uit de opfchrif'ten van gedenktekenen, gelyk deeze nog in fteen en koper gevonden wierden, dat het veld'„ waat op dien tempel gebouwd

was, aan hunnen Koning ten deele was gevallen. —Wat meer is, de geheele gefchiedenis, alle omwentelingen in Griekenland, waren gegraveerd op fteenen of kolommen; getuige hier van het marmer-kabinet van Arundel, op welke onvergelykelyke en onbetaalbaare oudheden, de oudfte en merkwaardigfte gebeurtenis, fen van Griekenland zyn aangetekend.

Met één woord, het getal der Infcriptien vm Griekenland en Romen, op kolommen, marmer, fteenen, gedenkpenningen, munten, als ook op tafelen van hout en koper, is 'bykans ontelbaar; en men kan niet twyffelen, of zy zyn de zekerfte en getrouwfte van alle hunne hiftorifche berichten. Onder de Infcriptien die tot ons zyn overgekomen, hebben wy by die der twee genoemde volkeren het groötfte belang, en zy zyn meest van allen onzer befchouwing waardig. De Grieken ftelden zelvs alle mooglyke middelen te werk, om hunne Infcriptien voor de aanvallen des tyds te beveiligen, weshalven zy dezelve fomtyds op de onderfte zyde van het marmer graveeren lieten, en vervolgens andere blokken marmer daar boven op leiden, ten einde ze daar mede te bedekken, en op die wyze zorgvuldig te bewaaren.

Maar, behalven dat de Infcriptien deezer twee volkeren zo veele gedenktekenen zyn, welke zeer veel licht over hunne gefchiedenis verfpreiden, werken ook nog de edele gedachten, dezuivereftyl, mitsgaders de kortheid en eenvoudigheid derzelven, niet weinig mede, om ze voor ons kostbaar te maaken, dewyl de Infcriptien altyd in dien ftyl behooren opgefteld te worden. De praal en menigte van woorden zouden daar in zeer belachgelyk fchynen; want het is ten hoogden ongerymd, dat men onder een dandbeeld, of rondom een gedenkpenning, wydloopig declameeren zal; wanneer men fpreekt over daaden, die groot en gewichtig op zich zelve zyn, en waardig om voor het nakomelingfchap bewaard te worden , dan is het zekerlyk onnoodig dezelve te vergrooten.

Toen Alexander , na de veldflag aan den GranicusT een gedeelte van den aldaar verkreegen buit, aan de tempel van MiNERVAte^t/Knen toewydde, plaatde men. daar onder, in de Griekfche taal, flegts deeze eeny voudige Infcriptie: Alexander Philippi filius, & Grceci, prater Lacedemonio, de barbaris Afiaticis.

De Romeinen richteden een metaalen ftandbeeld opvoor Cornelia, waar van de Infcriptie niet meer dan: deeze weinige woorden behelsde: „ Cornelia, de „ moeder der Gracchen " Men kon geen lofreden op Cornelia en haare zoonen, op eene edeler en korter manier opftellen.

De griekfche en latynfche taaien hebben bovendien» een kragt van-uitdrukking, welke men zeer bezwaar-lyk in onze hedendaagfche taaien zou kunnen navolgen. Hunne graffchriften, die mede een foort varx Infcriptien zyn, deelden uit dien hoofde in deeze edele eenvoudigheid van gedachten en van uitdrukkingen. Te Aihenen was het ftandvastig gebruik ingevoerd» om, na eene aanmerkelyke veldflag, flegts één algemeen graffchrift voor alle de gefneuvelden te doen? graveeren. Men weet, dat Eurypides, op de graftombe der Athenienfers welke in Siciliën gedood waren, liet fchryven: ,, Hier rusten de dappere krygslieden, die de Syracufers agtmaalen, zynde zo dik" wils de Goden onzydig waren , overwonnen hebben."

T'tt 3. Gta-

Sluiten