is toegevoegd aan je favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JUNIORES. JUNTA. JUNTOCRATIE. JUNY.

JUNY. S67*

deeze Gewasjes In ditwereltsdeel waargenomen. De Opbladerige groeit by ons op vogtige (beenachtige plaatzen. Deeze ftond by Bauhinus reeds onder den naam \anSteen-Schurft-Mos met een gefchoend Steeltje, bekend, en heeft den bynaam daar van, dat de Steeltjes of Meeldraadjes uit een Kelkje dat naar een'fchoentje gelykt, in 'tmidden van het Blad voortkomen. Zulks, evenwel, heeft ook in de andete foorten plaats, die altemaal elk op zich zelve, als uit een Slaablaadje beftaan, 't welk meer of min gekruld is, en fom'yds zeer diep ingefneeden; gelyk in de Veeldeelige blykt. De Gevorkte welke het loof eenigermaate bertshoornig heeft, is op laage plaatzen, in 't Haagfche bosch, gevonden. Deeze wordt, in kleinte nog overtroffen van de laatfte, een naauwlyks zichtbaar Plantje, 't • welk de kundige Heer Schmiedel zeer fraai en naauw keurig in Plaat gebracht heeft: waar uit blykt, dat 'er zo wel wonderen in de kleinfte Plantjes als in de kleinfte Diertjes zyn.

Dillenius had opgemerkt, dat dit Mosje zeldzaam en wegens de kleinte niet gemaklyk te vinden zy. Schmiedel achthet by Erlangen taamelyk gemeen, ko mende, zo wel op eenen kleijigen als zandigen grond voor; meest onder Gras en ander Onkruid verholen. Somtyds evenwel vondt men het ook op opene plaatzen, daar het by hoopjes groeijende naar kropjes Slaa geleek, zynde ieder Plantje niet grooter dan een Ger ftekoorntje. Het zyne fcheen egter iets van dat van Dillenius te verfchillen, als de Blaadjes weezentlyk vindeelig hebbende. Voorts heeft hy waargenomen , dat 'er van zyn met enkel Vrouwelyke, als ook met beiderlei Teeldeelen op een zelvde Plantje.

Vier nieuwe foorten zyn door den jongen Heer LinnjEUS by dit Geflacht gevoegd: twee Javaanfche, zyn Ed. door den Heer Thunberg medegedeeld, waar van de eene Scheedige heet: twee anderen, die Europifche zyn; de eene allerjchoonjle, de andere korallynachtige getyteld, beiden zeer kleine Plantjes; het eer. fte op de Stammen van Boomen, het laatfte opvogtige Heijen groeijende- Jungermannia Javanica VagU. v.ata. Tab. II. f. 2. r. Tab. I. f. 5. Pulcherrina. Dill. 7'. 69- f. 3- & Sertularioides. q. Vid. Metk. Mufc. emend Tab. I. ƒ. 6.

JUNIORES, noemde men in de middel-eeuwen, alle zodaanige Geestelyken, welke minder in rang waren als de Onderdiakens. Zo als by voorbeeld de Voorleezers (Le&ores), Bezweerders (Exorciftce), Deurwaarders (üftiarii) enz. Junioratus betekent zo veel als een Vikariaat of het benificie van eenen Vikaris. Zie du Cange Glosf. II. 2, 160.

JUNTA, zie GENIUM.

JUNTA, is een fpaansch woord, afkomftig van het Latynfche jungere, dat by een voegen wil zeggen. Het betekent eenen S-taats-Raad uit wei

nigeperfoonen b.-ftaande, die den Koning van Spanjen in gewigtige voorvallen by een roept.

JUNTOCRATIE, betekent Cabaal regeering.

JUNY, is de zesde maand van het jaar die by ons ook den naam van Zomermaand en Wiedemaand draagt. Het is in deeze mrand, dat de zon overgaat in het hemslsteken van der. Kreeft', hetwelk den zonneftand van den zomer maakt. De iangfte dagen van het jaar van het geheel noordeiyk halfrond zyn den 21 > 2.2

en 23 Juny. *-— Dit woord komt voort van het La-

tynfche Junius, het welk volgens fommigen afgeleid moet worden van Juno: zo als onder anderen Ovidius, welke deeze Godinne in het vyfde boek van zynen Aimanach doet zeggen.

Junius a nojïro nomine nomen habet.

Anderen willen dien liever doen afdaal en van Junk. res, dat is, van de jonge lieden. Junius est juvenium, zegt Ovidius, het welk betekent: Junius is de maand van de jonge lieden. Ook vindt men 'er die beweeren, dat den oirfprong daar van moet gezogt worden in Junius Brutus, die de Koningen uit Romen verjoeg, en de Republikeinfche conftitutie herftelde.

Op den eerften dag van deeze maand, wierden by de Romeinen vier onderfcheidene Feesten gevierd. Het eerfte dat ter eere van Mars was, gefchiedde buiten de ftad, om dat op dien dag de Duumvir T. Qüintius aan den zeiven buiten de Capeefche poort op den Appiaanfchen weg, eenen tempel had gewyd, onder den tytel van Mars extra-muranus. Het tweede Feest wierd ter eere van Carna gehouden, om de gedachtenis te vieren van het ftichten des tempels voor deeze Godheid, door Junius Brutus na het verjaagen van Tarquisius. Men zegt, dat aan deeze vrouwelyke Godheid de.befcherming der kinderen is aanbevolen, en dat zy die na haar welgevallen beftiert: men offerdehaar gekookte pap , melk en boonen. Het derde Feest was ter eere van Juno die Moneta was gebynaamd,, en gefchiedde tot vervulling van de belofte die Camillus had gedaan, om voor haar eenen tempel te ftichten. Het vierde Feest was aan de Godinne Tempesta gewyd, en wierd in den tyd van den tweeden

Punifchen Oorlog ingefteld. Op den vierden

dag wierd het Feest van Bellona gehouden; ais mede, dat van Hercules, tot wiens eere de Raad eenen tempel ftichte op bevel van Sylla, die het volk op prachtige gastmaalen onthaalde, en aan Hercules-

de tienden van alle zyne goederen fchonk. Op

den vyfden dag wierd 'er een flagtoffer geplengd ter eere van den God Fidius , voor welken de Romeinen eenen tempel bouwden in het Quirinaal na het. fluiten van den vrede met de Sabynen, deezen God eerden zy op eene byzondere wyze, en de ééden die: in zynen naam gezwooren wierden, hield men voor

onverbreekelyk. Op den zevenden, wierd het

vrolyke Visfchersfeest gehouden in het veld van Mars, met fnaarenfpel, dans en zang, en het maaken

van goede fier. Op den agtften dag, wierd 'er

een aanzienlyke offer geflagt in het Kapitool, ter eere van de Godinne Mens, voor welke Atiltus Crassus* eenen tempel ftichtte, na de behaalde overwinning van den Burgemeester C. Flaminius naby het meijr Traftmene, biddende deeze Godheid, dat zy de gemoederen der Romeinen, die door deeze nederlaag verfchrikt geworden waren, wilde doen bedaaren en tot

nieuwen moed opwekken. Op den negenden

dag, vierde men het Feest van de Godinne Vesta. -

Op den elfden, dat van de Godinne Matuta, —-—> Op den dertienden, zynde de dag van de Iden, vieB het Feest van Jupiter gebynaamd invitlus of invinoibi' lis in,, aan wien Augustus eenen- tempel had toegev wyd, uit erkentenis en dankbaarheid voor zo veele: overwinningen» dien hy had behaald» Op den zelw-

ëm