Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. xxviï

aen de Oostzijde van de Jordaen, onder de ftammen Ruben, Gad en de helvt van Manasfe, Kap. III- 12-20. b. De aenftelling van josua, tot opvolger van Most, Kap. III: 21-29. II. Het zedenkundig Deel behelst twee volgende redevoeringen, welke mose tot het volk gehouden heeft, Kap. IV-XXVI.

A. De tweede Redevoering is eigenlyk de toepasfing van de eerste, in welke mose, uit het gemelde verhael, de verplichting der Israëliten, afleidt, dezelve tevens door belovten en bedreigingen, aendringende, om den heere te dienen en te gehoorzamen, Kap. IV: 1-40.

Na het uitfpreken van deze redevoering, zonderde mose drie vrijfteden af, beoosten de Jordaen, Kap. IV: 41-49-

B. De andere Redevoering is zeer uitvoerig, en ingericht, om Israël tot gehoor^ zaemheid aen den «eer op te wekken, Kap, V-XXVI.

1. Eerst legt de Redenaer tot een grondflag de zeer byzondere betrekking, welke de Is* raëliten tot den heer hadden, uit kracht van het Sinaitisch Verbond, ten dien einde verhaelt hy, hoe de Wet aen Horeb gegeven was, Kap. V.

2. Op dezen grondflag vestigt hy de verIV. deel.

Sluiten