is toegevoegd aan je favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•joq DEUTERONOMIUM XXIX.

ftaende de trouwloosheid der Israëliten, nog dezelvde gei bleeven was, nog even gereed, om hun de beloovde zegeningen in Canaan te fchenken, wanneer zy tot den Heere en zijnen dienst wederkeerden. Eene plechtigheid, welke zo. kerlyk eenen diepen indruk maken moest, op het hart der Israëliten, en recht gefchikt was, om hen tot gehoorzaemheid aen te fpooren: te meer omdat zy niet alleen in her. Verbond, maer ook in den vloek overgingen, en zich aea de bedreigde oordeelen onderwierpen , wanneer zy afvallig wierden Ncgthans zou men deze plechtigheid

- ook wel kunnen aenmerken , als eene voorbereiding, of voorfchets van die Verbonds-vernieuwing, welke in Canaaa gefchieden moest.

p; Behalven dit algemeene, verdienen nog de volgende byzonderheden onze opmerking.

A. Dat hier de voornaemste Hoofden van het volk tegenwoordig waren; opdat niemand denken zoude, dat het tot vermindering van zijne eer ftrekken zou , wanneer hy zich, met lieden van den allerlaegsten rang, aen dezelvde verplichtingen onderwierp.

B. Dat niet alleen de mannen, maer ook de wijven en de kinderkens , in het verbond moesten overgaen : ten vertooge dat niemand ontflagen ware, van de verplichting, om de voorwaerden van het Verbond te onderhouden.

C. Dat zich, in dit geval, ook de vreemdelingen by de Israëliten voegen moesten, voor zoo ver zy namelyk den Joodfchen Godsdienst hadden aengenomen. Zou men dit niet mogen aenmerken, als een voorloopig vertoog- van Gods Genade omtrent de Heidenen , en een foort van voorproev van den rijkdom der Godlijke barmhartigheid, welke, in volgende Eeuwen, ook aen den Heidenen, in Christus zoude geopenbaerd worden ?

D. By deze plechtigheid bevonden zich ook lieden van den allerlaegften ftand, houthouwers, waterputters, en dergelijke : ten blijke , dat, gelijk niemand te aenzienlyk was, om zich aen de verplichting van Gods Verbond te onderwerpen, alzoo ook niemand te gering was, om deel te hebben aen de Godlyke zegeningen,

E. Ein-