is toegevoegd aan je favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEUTERONOMIUM XXIX. 3oi

È. Eindelyk werden de afwezenden gerekend , by deze» plechtigheid mede tegenwoordig te wezen. Zy die, door ziekte, of andere beletfelen, waren te huis gebleeven, moesten zich niet verbeelden, dat zy in het meest of in het minst, van de verplichting aen de eisfehen van Gods Verbond, ontfiagen waren. — Ook werden 'er de navolgende gedachten , om die zelvde reden, onder begreepen.

Vooral waerfchuwt Mofe de Israè'liten tegen de afgoderye, als eene onmiddeiyke overtreding der grondwet van dit Verbond vs., 16, 17.

16. Houdt toch Gods geboden, wil Mofe zeggen,1 en wacht u van alle afgoderye: want gy wetet, hoe wy in Egyptenlant gewoont hebben: ende hoe wy doorgetogen zijn door 't midden der volcken , die gy doorgetogen zijt, zonder dat hunne gewaende Godheden ons hebben kunnen benadeelenis het u niet duidelyk geblee • ken , dat Jehovah, onze God , alleen de eenige en ware God is?

17. Endegy hebt gefien hare verfoeyfelen, ende hare dreckgoden: gy hebt voor uwe oogen gezien, dat zy niets anders zijn, dan levenlooze afbeeldingen van hout ende fteen, filver ende gout, zoodanig hebt gy de gewaende Goden gevonden, die by hen waren, en op welke zy hun vertrouwen vestigden.

Hierop volgt nu het voorftel der onheilen, welke de Israè'liten te vachten hadden, wanneer zy van den Heere afvielen as. 18-28.

18. Dat onder ulieden niet en zy een eenig man, ofte eene enkele vrouwe, ofce een gansch huyfgefin, ofte een geheele ftam , die fijn herte heden of in volgende tijden, wende van den HÊERE onfen Godt, om te gaen dienen den goden defer opgenoemde of andere Heidenfche volcken: dat onder ulieden niet en zy een (f) wortel, die galle ende alhen drage j

(/) Hand. 3: 23. Hebr. 11: 15. IV. DEEL.