Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

448 RICHTEREN. XX,

ih die dagen. De gebeurtenis toch, welke hier verhaeld wordt, is niet lang na den tijd van Jofua, en nog by.het leven van den braven Pinehas , voorgevallen. Alle de Israëliten vraegden den heer raed, door den mond Van den Hoogepriester, feggende; Salick nogh meer uyttreeken ten ftrijde tegen de kinderen Benjamins , mijns broeders, of fal ick ophouden ? Zy zouden het zich volkomen laten welgevallen, zoo zy bevel kreegen j om wederom af te trekken, zonder zich te wreeken. Ende de HEERE gav niet alleen bevel; om den ftrijd te hervatten, maer hy voegde 'er ook de belovte by van eene zeer roemruchtige overwinning. Hy feyde ; Treckt op j want morgen fal ick hem in uwe hant geven.

29. Doe beitelde Ifraël (d) achterlagen op Gibea rontom , en het fchijnt , dat men thans, door 's heeren toezegging bemoedigd, ook voorzichtiger te werk ging, dan te vooren , toen men op de overmagt vertrouwde.

30. Ende de kinderen Ifraëls togen op j aen den derden dagh, nadat zy de laetste nederlaeg bekomeri hadden , tegen de kinderen Benjamins : ende fy fchickten [den firijt~] op Gibea, als op de andere malen*

■ 31. Doe togen de kinderen Benjamins uyt, dert volcke te gemoete, Israël fcheen als voor hun te vluchten , [ende] daerdoor werden de Benjaminiten van dé ftadt afgetrocken: ende fy begonnen te flaen van het volck [ende] te doorfteken, gelijck d' andere mr.len, op de ftraten , dat is op de buitenwegen van hunne Stad* waer van d' eene opgaet nae het huys Godts, dat te Silo was, ende d' andere nae Gibea j in 't velt, zijnde eene Stad vah denzelven naem, in de Stamme Juda gelegen. In deze gewaende vlucht der Israëliten , werden 'er ontrent dertigh man van Ifraël, gedood.

32. Doe feyden de kinderen Benjamins; Sy zijn voor ons aengefichte geflagen, als te vooren: maer de kinderen Ifraëls feyden ; Laet ons

al

Sluiten