Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450 RICHTEREN. XX.

zich, toen het tijd was, ende brack op voorwaerts nae Gibea toe, terwijl de anderen veinsden te vluchten: ja de achterlage trock, zonder zich op den weg op te houden, regelrecht door, op Gibea, ende, die Stad hebbende ingenomen-, floegh de gantfche ftadt niet de fcherpte des fweerts, en daerop werd zy in brand geflooken.

38. Ende dit alles gefchiedde, volgens een ontwerp, het welk men onderling beraemd had . de mannen Ifraëls hadden eenen beftemden tijt met de achterlage afgcfproken : wanneer fy namelyk eene groote verheihnge van roock van de ftadt fouden doen opgaen, dat zy zich als dan, tegen hunne vervolgers, zouden omkeeren, dezelve inlluiten en op het lijv vallen;

39. So gefchiedde ook : want zoo dra zy dien brand vernamen , keerden fich de mannen Ifraëls om in den ftrijt, ende fielden dus de verwachting van Benjamin geheel te leur. Deze toch, toen hy hadde begoft te flaen [ende'] te doorfteken eenigen van de mannen Ifraëls, die voor hun fcheenen te vluchten, te weten ontrent dertigh man, meende den flag reeds gewonnen te hebben: want fy feyden; Immgrs is hy fekerlick voor ons aengefichte geflagen, als in den voorigen ftrijt.

40. Doe op denzelvden tijd, begoft de verheffinge van den brand op te gaen van de ftadt, [als] een pilaer van roock: Als nu Benjamin achter fich omfagh, fiet, fo gingh de brant der ftadt op nae deiï hemel.

41. Ende hiermede begon de geheele nederlaeg derBen^ jaminiten : want de mannen Ifraëls, dit teeken ziende, keerden fich om, ende de mannen Benjamins werden verbaeft: want fy fagen, dat het quaet hen nu treffen foude.

42. So dra de Benjaminiten zagen , dat zy verflrikt waren , dachten zy zich met de vlucht te redden, daerom wendden fy fich voor het aengefichte der mannen van Ifraël nae den wegh der woeftijne ; maer te vergeevsch; de ftrijt kleefdefe aen , men zat hun zoo digt

©p

Sluiten