Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45a RICHTEREN. XXI.

die dagen, gefneuveld zijn, toen zy Israël, met fchande en fchade, te rug dreeven. Het is immers niet te denken, dat zy, in die beide veldflagen , in het geheel geene dooden bekomen hadden.

48. Ende nadat de mannen Ifraè'ls, eene volkomens overwinning over de Benjaminiten behaeld hadden , keerden zy weder tot de kinderen Benjamins, die nog in de Stad gebleeven waren, ende floegenfe met de fcherpte des fweerts, die van de geheele ftadt tot de heeften toe, ja al wat in dezelve gevonden wert: oock fetteden fy alle fteden, die gevonden werden , in 't vyer.

HET XXI. KAPITTEL.

Een verhael der pogingen, welke aengewend werden, om de Stam van Benjamin , welke byna geheel vernield was, wederom te herjlellen.

1. J)E mannen Ifraëls nu hadden te Mizpa, by gelegenheid van die groote vergadering, welke aldaer gehouden was, door den mond der hoofden van 'de onderfcheidene Stammen gefworen, feggende: Niemant van ons fal fijne dochter den Benjaminiten ter vrouwe geven.

Over dezen eed lielben wy het een en ander op te merken.

I. Toen de Israëliten dezen eed deden, waren zy niet voornemens de Stam van Benjamin geheel uit te roejen. Alleenlyk wilden zy hen, op eene gevoelige wijs ftraffen, en daerna den overgebleevenen alle gemeenfehap ontzeggen , en niemand zoude zich met hun verzwageren. — Zy fchijnen gedacht te hebben, dat zy de Benjaminiten , als eene

Stam,

Sluiten