is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4i(5 II. S A M U E L S. XIII.

13. Want ick , waer henen foud' ick mijne fchande brengen? ik zou het voorwerp der algemeene verfmading worden : ende gy, daer gy de eerstgeboren zoon zijt van Israëls Koning, gy foudt zijn, als een der dwafen in Ifraël: Gy zoudt, van het ganfche volk, als een eerlooze deugniet, veracht worden. Zijt gy op my verlievt, gy kunt immers uw oogmerk, langs eerlyke wegen, bereiken, fo fpreeckt doch nu tot den Koningh; want hy en fal my van u niet onthouden, en uw verzoek, om my ten Huwelyk te hebben, geenzins afflaen.

Thamar gedroeg zich, in deze ontzettende oogenblikken, gelijk het eene eerbare dochter betaemt. Zy betoonde, dat zy geheel afkeerig was van alle onreinigheid. Zy poogde haren broeder, met gepaste redenen , van zijne eerlooze onderneming aftetrekken. Zelvs maekte de nood haer welfprekende , parende , in hare redenen , bedachtzaemheid met lievde voor hare eer, en te gelijk voor die van Amnon.

Maer de raed, welken zy aen Amnon gav, hy zoude den Koning verzoeken, dat zy te zamen in het Huwelyk mogten vereenigd worden; deze raed was blijkbaer ftrijdig met de Godlyke Wet, volgens welke alle bloedfchandige Huwelyken volilrekt verboden waren. — Zou Thamar van deze wet onkundig geweest zijn ? dit is in het geheel niet te denken. Misfchien heeft zy gedacht, dat de Koning de macht had, om, in dit geval, ontflag te verleenen. — Voor het naest zouden wy het zoo begrijpen, dat zy deze woorden, in de uiterfte ontfteltenis, gefproken hebbe; hopende dat zy daerdoor haren onbefuisden broeder, die haer al vast met geweld aen zijn verfoeilyk ontwerp zogt dienstbaer te maken, ware het mogelyk, tot reden zou brengen.

14. Doch hoe Thamar bad en fchreeuwde , en allen mogelyken tegenftand boodt, het mogt alles niet baten, hy en wilde nae hare ftemme, naer afmaningen en verzoeken niet hooren: maer ftercker zijnde dan fy, fo verkrachtede hy haer, ende lagh by haer.

15. En zoodra had Amnon zijne onreine lusten niet geboet; of zijne lievde was geheel uitgedoovd, en werd in haet en afkeer veranderd: want daer na, na deze bloedfchandige