Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m SAMUELS. XÏX. 485

den Koningh gekomen in fijn huys te Mahanaim, daer hy zijn verblijv hield.) De gemelde boodfchap was van dezen inhoud:

12. Gy zijt mijne broederen, mijn been*ende mijn vleefch zijt gy; Gy behoort, metmy, tot dezelvde Stam, en onder uwe Stam heb ik alle mijne bloedverwanten; waerom foudt gy dan de laetfte zijn om den. Koningh weder te halen?

13. Ende tot («) Amafa, die aen het hoofd van het oproerig leger, als Veldheer, onder Abfalom gediend heeft, (zoo fchreey de Koning al verder aen de Priesteren te Jerufalem) fult gylieden, uit mijnen naem feggen; Zijt gy niet mijn been ende mijn vleefch, mijn bloedverwant; de zoon van mijne zuster Abigail 1 Chron. 2: 16, 17? Godt doe my foo, ende doeder foo toe, fo gy niet Krijgs-overfte fult zijn voor mijn aengefiehte, t'allen dagen, in Joabs plaetfe. Wanneer gy, in fchuldplichtige gehoorzaemheid, tot my wederkeert, zal ik u alles vergeven, hetwelk gy tegen my misdreven, hebt, en u tot eenen eersten Bevelhebber, over mijne krijgsmacht, aenftellen.

By deze boodfchap moeten wy een weinig Jiiljlaen.

A. Het was zeer voorzichtig, dat David zijne terugkomst tot den Throon niet deed vergezeld gaen , met blijken van geftrengheid en wraekzucht. — Hy wist, dat hy, door zachtmoedigheid , het meest zoude winnen ; hy vergav daerom, aen de hoofden van het wederfpannig leger, de misdaed , aen welke zy zich, ten gevalle van Abfalom, hadden fchuldig gemaekt. — Ook handelde hy geenszins tegen de regelen van eene goede Staetkunde, dat hy Amaza, zijnen Neev, tot den hoogden rang bevorderde, in het leger. Hier door kon Amaza ten vollen verzekerd zijn, dathy in 's Konings gunst herdeld was, en opgewekt

00 2 Sam. 17: 25. VI. DEEL. Hh 3

Sluiten