Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. SAMUELS. XIX. 487

verklaerden zy zich eenftemmig voor den Koning : ende fy waren niet minder genegen, dan die der overige ftammen, om hunnen wettigen Vorst, met alle eereteekenen , wedero:n binnen Jerufalem in te halen. Zy deden daerom eene bezending, en fonden fommigen uit hun midden henen ten of tot den Koningh te Mahanaim, [feggende;] Keert weder, gy ende alle uwe knechten.

15. Doe David deze genegenheid zijner Stamgenoten verftaen had, keerde de Koningh, uit de Stad Mahanaim, in het Overjordaenfche, weder terug, ende quam tot aen de Jordane: ende, daer Juda een blijk wilds geven van hunne byzondere hoogachting voor den Vorst, zoo quam de vergadering der Oudften van die Stam tot aen Gilgal, niet ver van de Jordaen, om den Koningh in 't gemoete te gaen, dat fy den Koningh over de Jordane voerden, en den noodigen toeftel maekten, dat de Koning, met luister, over de Rivier mogt trekken.

16. Ende onder alle de genen, die David, met teekenen van genegenheid, te gemoet trokken, was ook zelvs die (£) Simei', de fone van Gera, een fone of afftammeling van Jemini, dat is Benjamin, die van Bahurira was, en den Koning, op zijne vlucht, zoo fchroomelyk gelasterd had. Dees haeftede zich, om vooral niet 3e laetfte te zijn, ende quam af met de mannen van Juda, den Koningh David te gemoete:

17. Ende, in het gevolg van dezen Simei, waren duyfent mannen van de ftamme Benjamin, die met hem den Koning te gemoet gingen. Behalven Simei , kwam oock Ziba den Koning, met gelukwenfchingen te gemoet. Dees was, gelijk voorheen gemeld is, de knecht van Sauls huys, ende deze Ziba kwam vergezeld met fijne vijftien fonen, ende fijne twintigh knechten met hem: ende fy togen veerdiglick over de Jordane, om zich voor den Koningh te ftellen.

Simei heeft zekerlyk, met dit te gemoet gaen van David, geen ander oogmerk gehad, dan om, door dit midd-1, dj

(J) 2 S m. 16; 5. 1 Kon. 2: 8. VI. DEEL. Hh 4

Sluiten