Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. SAMUELS. XIX. 491

25. Ende het gefehiedde, als hy in zulk eene zeer flordige houding, te Jerufalem den Koningh te gemoete quam , dat de Koningh tot hem feyde ; Waerom en zijt gy niet met my getogen, Mephibofeth, toen ik, vluchtende voor mijnen zoon Abfalom, deze hoofdftad verlaten moest, en, als een verachte balling, omzwerven ?

26. Ende hy feyde; Mijn heere Koningh, mijn knecht heeft my bedrogen : Waerlyk ik was van voornemen , om u, tot een teeken van mijne verkleevdheid aen uw perfoon, te volgen: want ik uwe knecht feyde, Ick fal my eenen efel fadelen, ende daer op rijden, ende tot den Koningh trecken, want uwe knecht is kreupel. Dan in plaets dat de gezadelde ezel tot my gebracht is, om u achter na te trekken, heeft Ziba denzelven genomen. en is u daermede na gereden.

27. (c) Daer toe heeft hy uwen knecht by mijnen heere den Koningh valfchelick aengedragen: doch mijn heere de Koningh is groot in verftand, als een Engel Godts, en derhalven volkomen in ftaet, om tusfchen waerheid en leugen te oordeelen; doet dan, dat goet is in uwe oogen, ik onderwerp my aen uwe uitfpraek, al wildet gy my des doods waerdig verklaren.

28. Want al, wat tot mijns vaders huys behoorde, immers zo gy ten ftrengften had willen handelen, en is niet geweeft, als maer lieden des doots voor mijnen heere den Koningh. Gy had ons ganfche geflacht, tot éénen toe, kunnen uitroejen, nochtans hebt gy my zeer gunstig behandeld, en my het leven gefchonken, te gelijk met mijn ganfche ervdeel, het welk, als een verbeurd goed, aen de kroon vervallen was; zelvs hebt gy uwen knecht gefett onder de gene, die aen uwe tafel eten: wat heb ick dan meer voor gerechtigheyt, ende meer te roepen aen den Koningh ? Ik heb niets te eifchen; en, fchoon ik niet fchuldig ben aen dat gene, waermede Ziba my beticht heeft, had de Koning recht, om

(«") 2 Sim. \6: 3. VI. DEEL,

Sluiten