is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

312 II. KONINGEN. III.

de heer, de God van Eliza, alleen de eenige en ware God zy,

18. Daer toe, voegde Eliza 'er by, is dat ilecht in de OOgen des HEEREN; het bezorgen van water is nog maer eene kleinigheid, in vergelijking van het gene de heer in het vervolg, doen zal; Hy zal ook uwen Krijgstogt tegen de Moabiten , by uitnemendheid voorfpoedig maken, hy fal oock de Moabiten in ulieder hant geven.

19. Ende gy fult alle vafte fteden , ende alle uytgelefene fteden flaen en verwoesten, ende fullet alle goede boomen vellen, ende fullet alle water fonteynen floppen; ende alle goede ftucken lants fult gy met fteenen verderven: raet een woord, gy zult het land der Moabiten , het welk nu zoo uitnemend Vruchtbaer is, tot eene onbewoonbare woeftijne veranderen.

Maer zal men denken, in deze voorzegging, komen twee zaken voor, welke God verboden had, het verdelgen van Moab Deut. 2; 9, en bet pellen van goede boomen Deut. co; 19. —■ Wy antwoorden: (1). dat deze woorden van Eliza, niet alleen als eene voorzegging, maer ook als een Godlyk bevel , moeten befchouwd worden. (2). Dat dit bevel buitengewoon was, en het voorige Deut. 2: 9. vernietigde. De omftandigheden waren zeer veranderd. De Moabiten hadden ten laetften de maet van hunne ongerechtigheid vervuld; zy hadden zich, by alle gelegenheden, wreed, verraderlyk en ohverzoenbaer, omtrent Israël, gedragen, en nu waren zy eindelyk tot afval overgeflagen. (3). Wat het vellen der vruchtboomen aengaet; dit had God verboden, by het innemen van Canaan, omdat zy daerdoor zich zeiven zouden benadeelen Deut. 20: 19; maer dit verbod was niet algemeen. Ook hadden de Moabiten zulk eene behandeling rechtvaerdig verdiend; zy hadden de inkomften van het veld, en de vruchten der boomen verbeurd, omdat zy den Koning yan Israël de wettige fchatting geweigerd hadden.

20. Ende het gefchiedde des morgens als men. te Jerufalem in^den Tempel, den heere het fpijs offer offert, dat er, fiet, zeer onverwacht, water door den wegh van Edom quam; het welk, door eene on-

mid-