is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏSi KONINGEN. III. 313

middelyke tusfchenkomst van het Godlyk Alveimogen, veroorzaekt was, ende het lant met water vervult wert, zoodat de gemelde graften ove.rliepen.

De tijd is zeer aenmerkelyk. Het was des morgens als men het fpijs - offer offerde. Deze tijd was ook de uur van het gebed. De godvruchtige Israëliten waren nu bezig, om den heer, in zijnen Tempel, te fmeeken voor het behoud van hunnen Koning en den voorfpoed zijner wapenen. Op dezen zei ven tijd gav de heer, aen het dorftend leger, eene wonderdadige uitkomst, opdat rnen des te meer zoude opmerken , dat deze zegen , aen zijn weldadig Alvermogen, %e danken ware.

21. Doe nu alle de Moabiten hoorden, dat. de drie verbondene Koningen opgetogen waren, om tegen hen te ftrijden, fo wierden fy t'famengeroepen , van alle de gene aen, die den gordel aengordeden, en tot die jaren gekomen waren, dat zy de wapenen dragen konden, ende daer boven, ende ftonden aen de lantpale, omhetvereenigd leger op tewachten, en den indrang in hun land te beletten. Hier meenden zy zich gemakkelyk te zullen verdeedigen, omdat de grenzen van hun land zeer bergachtig , en vol van engtens waren.

22. Ende doe fy fich des volgenden morgens vroegh, nadat het dal dien dag en nacht vol water gelopen was, opmaeckten, ende de fonne over dat water oprees; fagen de Moabiten dat water tegen over root, gelijck bloet. De opgaende morgenzon, door de opklimmende dampen, op het water fchijnende, en denkelyk veel rooder dan gewoonlyk, deed hetzelve, aen het oog der Moabiten, rood toefchijnen.

23. Ende fy feyden, Dit is bloet; de drie verbonden Koningen , door ftrijdige belangen verdeeld , hebben voorfeker fich met den fweurde verdorven , ende hebben een den anderen verflagen: Nu dan aen den buyt gy Moabiten.

Het vermoeden der Moabiten fcheen niet ongegrond te zijn. Zy meenden een groote plas van bloed te zien. Zy wisten dat de grond , ter dier plaetfe, zeer droog en dor was. Hunne gedachten vielen in het geheel niet »p water;

VII. DEEL. V 5