is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 I. CHRONIJKEN. V.

4. De kinderen Joëls, eenen der nazaten van Ruben, waren Semaja fijn fone, Gog fijn fone , Simei" fijn fone.

5. Micha fijn fone, Reaja fijn fone, Baal fijn fone.

6. • Beëra fijn fone , welcken Tilgath Pilnefer de Koningh van AiTyrien gevanckelick wechvoerde : hy was toen ter tijd de Vorft der Rubeniten.

Wie de Vader van joel geweest zy vs. 4. is niet te bepalen. Zekerlyk is hy geen zoon geweest van hasoch, en een kleinzoon van Ruben: want, door zoo weinige geflachten, kan men niet komen van ruben, tot Beëra, die ten tijde der Asfyrifche gevangenis geleevd heeft vs. 6. — Ondertusfchen moet de uitdrukking, Semaja zijn zoon, Gog zijn zton enz. buiten allen twijfFcl, van kinderen , kindskinderen , en zoo voorts in eene nederdalende linie , verflaen worden, gelijk overal in deze Geflachtlijsten.

7. Aengaende fijne broederen, te weten de broeders van Hanoch vs. 3, of liever van Beera, den Vorst der Rubeniten vs. 6, in hare huyfgefinnen , als fy nae hare geboorten in de geflacht - regifters geftelt wierden : de Hoofden zijn geweeft Jeïel ende Zacharia.

8. Ende een andere nazaet van Ruben, met name Bela de fone Azaz, des foons Sema, des foons Joël, die wel moet onderfcheiden worden van Joël vs. 4. gemeld: die woonde te Aroër, ende tot aen Nebo, ende Baal Meon.

9. Ende hy, te weten Ruben, aengemerkt in zijne nakomelingen, woonde tegen 't ooften, aen de overzijde der Jordaen, tot den ingangh der woeftijne Kedemoth, welke de uiterfte grenspael was van het land Sihons Deut. ai: 28, van de riviere Phrath af, dat is, welke woeftijne zich uitftrekte, tot de rivier de Euphraet toe: want haer vee was vele geworden in het lant Gileads, zoodat zy zich genoodzaekt vonden, zich in de gemelde woeftijne verder uittebreiden.

10. Ende